Actueel / Zorg
Iedereen weet dat digitale transformatie geen IT-project is. Waarom besturen we het dan nog steeds zo?
Er zijn van die inzichten waar vrijwel niemand het meer mee oneens is: ‘Digitale transformatie is geen IT-project.’ Vrijwel iedere bestuurder, CIO of manager in de zorg zal dat onderschrijven. Digitale transformatie gaat over mensen, processen, samenwerking, leiderschap en organisatieontwikkeling. Technologie is daarbij een middel, geen doel.
Die discussie hebben we de afgelopen jaren volop gevoerd. En met succes. De meeste organisaties begrijpen inmiddels dat nieuwe technologie op zichzelf geen betere zorg oplevert. Dat cultuur ertoe doet. Dat processen ertoe doen. Dat leiderschap ertoe doet.
Toch wringt er iets.
In ons visiestuk over digitale transformatie betoogden we dat duurzame verandering alleen ontstaat wanneer strategie, organisatie, processen, data en technologie in samenhang worden ontwikkeld. Technologie is daarin niet het vertrekpunt, maar één van de bouwstenen. Dit artikel zoomt in op een vraag die we in de praktijk steeds vaker tegenkomen: als we dat inmiddels allemaal weten, waarom organiseren en besturen we digitale transformatie dan nog vaak alsof het een IT-opgave is?
Want hoewel we anders zijn gaan praten over digitale transformatie, zijn we haar vaak niet anders gaan organiseren. En precies daar zit misschien wel het grootste probleem. Niet omdat we digitale transformatie nog steeds zien als een IT-project, maar omdat we onze organisaties nog steeds besturen alsof het er één is.
Het probleem is niet een gebrek aan bewustwording
Lange tijd lag de nadruk op bewustwording. We moesten af van het idee dat digitalisering automatisch leidt tot verbetering. We moesten erkennen dat technologie slechts één onderdeel is van een veel grotere veranderopgave. Die boodschap lijkt inmiddels goed geland. Maar in veel organisaties zie je een nieuwe paradox ontstaan.
Bestuurders spreken over transformatie, terwijl investeringsbeslissingen nog vooral worden genomen vanuit technologie. Strategische plannen beschrijven een fundamenteel andere manier van organiseren, terwijl de uitvoering wordt opgedeeld in afzonderlijke projecten. Organisaties investeren in AI, databeschikbaarheid, hybride zorg en digitale samenwerking, terwijl de inrichting van verantwoordelijkheden, besluitvorming en eigenaarschap grotendeels hetzelfde blijft.
Daardoor ontstaat een merkwaardige situatie. De digitale agenda groeit ieder jaar verder, terwijl het eigenaarschap van de onderliggende veranderingen vaak onduidelijk blijft.
Nieuwe ambities, oude besturing
Dat is op zichzelf niet vreemd. Veel zorgorganisaties zijn bestuurlijk ingericht voor een werkelijkheid waarin processen relatief stabiel waren, verantwoordelijkheden helder binnen de eigen organisatiegrenzen lagen en veranderingen vooral stapsgewijs plaatsvonden. Digitale transformatie vraagt iets anders. Dat vraagt om multidisciplinaire keuzes. Om continue aanpassing van processen. Om samenwerking tussen afdelingen die traditioneel weinig met elkaar te maken hadden. Steeds vaker zelfs om samenwerking over organisatiegrenzen heen.
Toch proberen veel organisaties deze nieuwe werkelijkheid onder te brengen in bestaande structuren. Nieuwe technologie wordt toegevoegd aan bestaande werkwijzen. Nieuwe verantwoordelijkheden worden naast bestaande verantwoordelijkheden geplaatst. Nieuwe initiatieven krijgen een plek binnen dezelfde governance, dezelfde budgetstructuren en dezelfde besluitvormingsprocessen.
Daardoor ontstaat een risico dat in veel organisaties herkenbaar is. Niet een tekort aan technologie. Maar een tekort aan samenhang.
De meeste transformaties stranden niet op technologie
Dat klinkt misschien verrassend in een tijd waarin kunstmatige intelligentie, databeschikbaarheid en interoperabiliteit hoog op vrijwel iedere bestuursagenda staan. Toch vormen technische beperkingen in de praktijk zelden de doorslaggevende reden waarom digitale ambities achterblijven. Veel vaker blijken andere factoren bepalend.
Versnipperde besluitvorming. Onduidelijk eigenaarschap. Afdelingen met verschillende prioriteiten. Een groeiend aantal initiatieven zonder duidelijke onderlinge samenhang. Bestuurders die digitale verandering belangrijk vinden, maar deze tegelijkertijd behandelen als een onderwerp dat vooral elders in de organisatie moet worden opgelost. Dat zijn geen technologische vraagstukken. Dat zijn bestuurlijke vraagstukken.
Het begint vaak al bij de opdrachtgever
Dat zie je bijvoorbeeld terug in de manier waarop veel organisaties digitale initiatieven organiseren. Een afdeling of zorgteam signaleert een probleem in het primaire proces. Er is behoefte aan efficiënter werken, betere samenwerking of ondersteuning van professionals. Die behoefte wordt vervolgens vertaald naar een digitaliseringsvraagstuk en belegd bij de CIO, een informatiemanager of een ondersteunende afdeling. Daarmee ontstaat ongemerkt een verschuiving van eigenaarschap. Het primaire proces levert de vraag aan, maar de digitale organisatie wordt verantwoordelijk voor de oplossing.
Dat lijkt logisch, maar heeft een belangrijk neveneffect. Niet alleen verschuift de aandacht richting technologie, ook de verantwoordelijkheid voor adoptie verschuift mee. De CIO of informatiemanager wordt geacht de verandering succesvol te implementeren, terwijl de daadwerkelijke verandering moet plaatsvinden in het gedrag van professionals, de inrichting van processen en de manier waarop teams samenwerken.
Daardoor ontstaat een situatie die veel organisaties zullen herkennen. De digitale kolom ontwikkelt of implementeert een oplossing, organiseert trainingen en probeert gebruikers mee te krijgen. Tegelijkertijd ligt het eigenaarschap van het onderliggende probleem eigenlijk in het primaire proces. De mensen die de verandering uiteindelijk moeten vormgeven, zijn daardoor niet altijd dezelfde mensen die verantwoordelijk worden gehouden voor het succes ervan.
De CIO speelt daarbij een cruciale rol als partner, verbinder en aanjager. Maar zodra een organisatievraagstuk wordt behandeld als een IT-vraagstuk, ontstaat het risico dat technologie eigenaar wordt van een verandering die in werkelijkheid door de zorg zelf moet worden gedragen.
Misschien moeten we daarom bij digitale transformatie vaker vragen wie eigenaar is van het probleem dat we proberen op te lossen. Want als het probleem zich afspeelt in het primaire proces, hoort daar uiteindelijk ook het eigenaarschap van de verandering te liggen.
Eigenaar blijven van de verandering
Dat vraagt ook iets van managers en leidinggevenden in het primaire proces. Niet alleen om een digitaliseringsvraag te formuleren, maar ook om eigenaar te blijven van de verandering die daarvoor nodig is. Digitale transformatie is pas succesvol wanneer de business niet alleen opdrachtgever is, maar zich ook verantwoordelijk voelt voor de adoptie, de procesverandering en de resultaten. Technologie kan ondersteunen, maar de verandering zelf vindt plaats in de zorg.
Misschien is dat ook de reden waarom zoveel gesprekken over digitale transformatie uiteindelijk toch weer over technologie gaan. Technologie voelt concreet. Een applicatie vervangen is tastbaar. Een AI-toepassing implementeren levert zichtbare resultaten op. Het aanpassen van governance, verantwoordelijkheden of besluitvorming is veel minder zichtbaar. Maar vaak wel veel bepalender.
Digitale transformatie speelt zich steeds minder binnen één organisatie af
Daar komt nog iets bij. Een groeiend deel van de digitale opgave ligt niet meer binnen de muren van één instelling. Databeschikbaarheid, AI, netwerkzorg en regionale samenwerking vragen steeds vaker om gezamenlijke keuzes tussen organisaties. Niet alleen over technologie, maar ook over governance, verantwoordelijkheden en standaarden.
Dat betekent dat bestuurders een deel van hun traditionele autonomie moeten inruilen voor samenwerking. En precies daar wordt digitale transformatie pas echt ingewikkeld.
Want samenwerken klinkt aantrekkelijk totdat het betekent dat een organisatie soms moet aansluiten bij een gezamenlijke oplossing in plaats van een eigen voorkeur. Toch lijkt juist daar de volgende fase van digitale transformatie te liggen. Niet in nog meer technologie. Maar in het vermogen om collectieve keuzes te maken.
De ongemakkelijke waarheid
Misschien moeten we daarom stoppen met de discussie of digitale transformatie wel of geen IT-project is. Die discussie hebben we inmiddels gewonnen. De relevantere vraag is of organisaties bereid zijn de bestuurlijke consequenties van die conclusie daadwerkelijk te accepteren.
Want als digitale transformatie geen IT-project is, dan kan zij ook niet primair worden opgelost door IT. Dan gaat het over governance. Over eigenaarschap. Over prioritering. Over samenwerking binnen en buiten de organisatie. En uiteindelijk misschien nog wel het meest over de bereidheid om bestaande werkwijzen los te laten.
Niet omdat ze verkeerd zijn. Maar omdat ze zijn ontworpen voor een werkelijkheid die steeds sneller verandert.
Een vraag voor bestuurders
Daarom misschien één vraag die iedere bestuurder zichzelf zou kunnen stellen. Stel dat morgen alle technologie uit jouw digitale strategie zou verdwijnen.
Geen AI. Geen EPD. Geen dashboards. Geen platformen. Geen applicaties.
Welke organisatieverandering blijft er dan nog over? Als die vraag lastig te beantwoorden is, ligt de grootste opgave waarschijnlijk niet in de technologie, maar in de manier waarop de organisatie zichzelf bestuurt.
Want digitale transformatie mislukt zelden vanwege technologie. Veel vaker mislukt zij omdat organisaties proberen de zorg van morgen vorm te geven met een besturingsmodel dat is ontworpen voor gisteren.
In ons visiestuk concludeerden we dat digitale transformatie vraagt om samenhang tussen strategie, organisatie, processen, data en technologie. Die conclusie staat wat ons betreft nog steeds overeind. De uitdaging is inmiddels niet langer om organisaties daarvan te overtuigen. De uitdaging is om de bestuurlijke consequenties ervan daadwerkelijk te accepteren.
Want pas wanneer eigenaarschap en governance net zoveel aandacht krijgen als technologie, ontstaat de ruimte voor echte transformatie. Zolang digitale transformatie wordt gezien als iets van IT, zal de organisatie vooral betere technologie realiseren. Pas wanneer het eigenaarschap nadrukkelijk in het primaire proces ligt, ontstaat de beweging die nodig is om de zorg daadwerkelijk anders te organiseren.
Download het visiestuk: Niet méér digitaal. Wel meer samenhang.
Download het visiestuk en ontdek hoe je digitale ambities vertaalt naar samenhangende keuzes die wél leiden tot merkbare verbetering in de praktijk.
Meer weten?
Lees ons visiestuk over digitale transformatie in de zorg of ga met ons in gesprek over de vraag hoe governance, eigenaarschap en verandervermogen de digitale agenda van jouw organisatie kunnen versterken.