Deze website maakt gebruik van cookies melding sluiten
Zorg

Zorgbestuurders zeggen 'ja' tegen regionalisering en netwerksamenwerking

Op woensdag 14 oktober organiseerde Morgens met elf zorgbestuurders een digitale ronde tafel over regionalisering en netwerksamenwerking. De belangrijkste vraag die centraal stond: “Is verdere regionalisering in de zorg een oplossing om de zorg in Nederland betaalbaar en toegankelijk te houden?”  

De meeste bestuurders zeggen volmondig “ja”! Ze waarschuwen echter voor het streven naar een blauwdruk voor regionalisering en pleiten voor dynamische netwerken georganiseerd rondom zorginhoudelijke thema’s. In deze blog lees je hoe de zorgbestuurders kijken naar een aantal aspecten waar zij tegenaan lopen op het gebied van regionalisering en netwerksamenwerking.  

Opwaartse druk in de keten 

De aanleiding om een digitale ronde tafel met zorgbestuurders te organiseren over deze onderwerpen, is de steeds problematischere opwaartse druk in de zorgketen. Nederland richt zich weinig op het stimuleren van een gezonde leefstijl. In combinatie met het toenemend aantal ouderen én afstemmingsproblemen in de keten tussen onder andere huisarts, thuiszorg, welzijnspartijen en ziekenhuizen, leidt dit tot de snel stijgende druk op intramurale- en ziekenhuiszorg (het einde van de zorgketen).  

De problemen rondom de toenemende verkeerde bedden-problematiek in ziekenhuizen en de toename van wachtlijsten in de intramurale VVT waren allang zichtbaar voor de COVID-19 crisis. Het is een ingewikkelde maatschappelijke opgave om te zorgen dat de druk van het “einde van de zorgketen” verschuift naar het “begin van de zorgketen”. Door zorg en ondersteuning zoveel mogelijk te verplaatsen naar het begin van de zorgketen blijft de zorg toegankelijk en betaalbaar. Dus, meer thuis en minder intramuraal of in het ziekenhuis. Regionalisering en in het kielzog daarvan netwerksamenwerking zijn belangrijke ingrediënten voor het verminderen van deze opwaartse druk. Maar wordt dit ook ervaren als dé oplossing door de zorgbestuurders? 

Regionale samenwerking is nuttig, maar wat ís de regio eigenlijk? 

De bestuurders stellen dat regionalisering en netwerksamenwerking van belang zijn, maar dat tegelijkertijd regio’s moeilijk te definiëren zijn. Voor een aantal inhoudelijke zorgthema’s is het nodig om landelijk samen te werken, bijvoorbeeld omdat ziektebeelden te weinig voorkomen. Andere ziektebeelden kunnen wel gecoördineerd worden vanuit netwerken in de regio. Hoe de zorg en de samenwerking wordt ingericht is dus ook afhankelijk van het onderwerp.  

Oncologische zorg, zoals het Embraze-netwerk in Brabant, wordt bijvoorbeeld vooral opgepakt door netwerken tussen ziekenhuizen, terwijl de zorg voor kwetsbare ouderen afstemming vraagt tussen verschillende organisaties uit de eerste, tweede en derde lijn. De deelnemende bestuurders zijn daarom van mening dat regionalisering nuttig is, maar dat regio’s niet star ingedeeld moeten worden. Per inhoudelijk thema moet flexibel gekeken worden naar wat nodig is. 

Regionale samenwerking is nuttig, maar ook verdraaid lastig! 

Samenwerken is moeilijk door: 

  • belangen die niet congruent zijn; 
  • een veelvoud aan actoren; 
  • de grootste remmer die het tempo bepaalt;  
  • verschillen in implementatiekracht tussen ziekenhuizen; 
  • VVT en andere organisaties; 
  • de complexiteit van het woud aan netwerken binnen de zorg.  

Daarbij komt dat het in de praktijk moeilijk blijkt om elkaar aan te spreken op het niet nakomen van afspraken. Feedback binnen organisaties is vaak al lastig, laat staan over organisaties of domeinen heen. Vertrouwen tussen organisaties zou de basis moeten zijn voor netwerksamenwerking. Vertrouwen is er niet altijd in voldoende mate en bestuurders maken ook niet altijd genoeg tijd vrij om vertrouwen te versterken. 

VWS moet veel doen om regionalisering tot een succes te maken.  

Dat regionalisering en netwerksamenwerking de komende jaren verder (moeten) toenemen; daar is iedereen het over eens. De bestuurders roepen het ministerie van VWS op om in actie te komen en vaart te maken om netwerksamenwerking succesvol te laten zijn. De bestuurders zien VWS als belangrijke actor voor deze versnelling, omdat zorgverzekeraars daar in beperkte mate voor zorgen– en zeker niet in de regio’s waarin niet één verzekeraar dominant is.  

Eén van de veel genoemde zorgen van bestuurders is, dat VWS de randvoorwaarden voor succesvolle netwerksamenwerking niet op orde heeft. Wetgeving, financieringsvormen en mededingsregels staan succesvolle samenwerking nog te vaak in de weg. De bestuurders merken op dat bij nieuwe initiatieven er altijd redenen zijn om iets niet te doen. Bij regionaliseringsinitiatieven is men veel tijd kwijt met de vraag: “mag dit wel?”. Hierdoor wordt de snelheid en kwaliteit van initiatieven negatief beïnvloed.  

Een ander punt is de complexiteit van financiering. Versnipperde financiering zorgt voor meer stroperigheid en rapportages. De bestuurders zien regiobudgetten als alternatief om financiering te versimpelen. Tenslotte zijn de bestuurders van mening dat financiering minder vrijblijvendheid zou moeten zijn. Budgetten worden vaak vrijgegeven zonder expliciete doelstellingen. Er is een stok achter de deur nodig om de resultaatgerichtheid te verhogen.  

Tot slot: regionalisering en netwerksamenwerking is zeker deel van de oplossing.  

De meeste bestuurders zijn het erover eens dat verdere regionalisering en netwerksamenwerking noodzakelijk is om de zorg in Nederland betaalbaar en toegankelijk te houden. Echter: het is een middel en moet geen doel op zich worden. Vrijwel iedereen is het erover eens dat er binnen regionaliseringsinitiatieven relatief makkelijk ambities geformuleerd worden. De crux zit hem in de verdieping van de ambitie en het formuleren van heldere en scherpe doelstellingen. Afspraken op bestuurlijk niveau zijn vaak hoog over en worden niet goed genoeg vertaald in acties en consequenties voor de deelnemende organisaties. Vertrouwen tussen deelnemende partijen is daarbij een sleutelbegrip. 

Voor regionale samenwerking bestaat dus geen blauwdruk en die blauwdruk moet er ook niet komen. Regionale samenwerking staat of valt bij het goed vormgeven van op- en afschaalbare dynamische netwerken georganiseerd rondom zorginhoudelijke thema’s. Er is wel hulp nodig om dit type netwerken goed te laten werken: hulp in financiële zin, hulp bij regie nemen in die netwerken, hulp bij het wegnemen van belemmeringen die samenwerking in de weg staat. Tenslotte zullen ook de zorgorganisaties zelf in actie moeten komen: zij kunnen zelf enorm veel doen om netwerksamenwerkingen in de zorg beter te laten slagen.  

In een volgende blog gaan wij in op succesfactoren voor netwerksamenwerking, maar ook op de vraag waarom netwerksamenwerking zo lastig is. 

Meer over zorg
Ontvang gratis Morgens Magazine

Ontvang gratis inspiratie, kennis en updates! Schrijf je in op onze nieuwsbrief & ontvang Morgens Magazine gratis in je mailbox.

Door op verzenden te klikken ga je akkoord met de Privacyverklaring van Morgens