Actueel

Datagedreven werken binnen gemeenten: In gesprek met Jos Maessen

14-04-2020 4 minutenPako de Lange

In Rotterdam, de stad van de Euromast, Erasmusbrug en kubuswoningen, bouwt de gemeente aan iets nieuws: een datafabriek. Jos Maessen, voorheen directeur Dienstverlening bij de gemeente Amsterdam, is daar programmamanager datagedreven werken. Zijn idee, ‘de datafabriek’, sloeg aan en momenteel verkent de gemeente met verschillende pilots de verandering naar een meer datagedreven organisatie. Wij spraken met Jos over deze ontwikkelingen en zijn rol hierin. 

Hoe bouw je een datafabriek?

“Het is natuurlijk een metafoor, maar toch ook niet helemaal”, zegt Maessen over de parallel die hij trekt tussen het opzetten van een efficiënt lopende fabriek en de inrichting van een datagedreven organisatie (lees op pagina 16 van deze InGovernment zijn publicatie Welkom in de datafabriek). “Maar wil je dat dit gaat lopen, dan lukt het niet met een toverstafje. Je moet iets gaan doen. Bouwen. Eraan werken.”

Jos vertelt dat hij een gedegen en gestructureerde aanpak heeft uitgewerkt. Hierin staat wat organisatorisch nodig is, welke bemensing erbij hoort en welke techniek wenselijk is om op tactisch niveau datagedreven werken in te richten. “Om echt een datagedreven organisatie te worden vind ik dat we eenheden opnieuw moeten ontwerpen. Het is natuurlijk best een uitdaging om dit te doen voor afdelingen die al staan, maar voor nieuwe onderdelen kan het een kans zijn. Neem bijvoorbeeld het team Duurzaamheid: die gaan we niet op de traditionele manier inrichten. We gaan dit team een beetje buiten de ‘gevestigde’ organisatie positioneren, waardoor zij datagedreven werken tot in de haarvaten kunnen doorvoeren.”

Jos Maessen

Wat is jouw rol in deze verandering?

“Ik ben vooral op tactisch niveau actief. De eerste stap is dat iedereen op één manier naar de data kijkt. Hierbij helpen BI-dashboards, statistieken, voorspellingen, etc.” Als afdelingen dit bereiken, legt Jos uit, dan zijn ze echter nog lang niet klaar. “Dit is nog niet hoe je ook daadwerkelijk een datagedreven organisatie wordt.” Hij verwijst naar een model van Gartner. Volgens het Data Analytics Maturity Model van Gartner (2012) zijn er op het gebied van rapportage en analyse verschillende stappen te zetten. “Gemeenten menen echter dat wanneer zij bij de laatste stap zijn aanbeland – het effectief inrichten van hun monitoring, zij ook datagedreven werken. Dit is een hardnekkig misverstand, want met alleen het analyseren van data ben je nog lang geen datagedreven organisatie.”

In Rotterdam zorgt Jos dat de aandacht juist uitgaat naar de stap die daarna komt: het inrichten van datagedreven werken in de hele organisatie, op alle niveaus. ”Datagedreven werken betekent een nieuwe governance structuur, nieuwe bedrijfsfuncties, op een andere manier je werk uitvoeren. Heel Nederland doet pilots en heeft grote vergezichten en mooie verhalen. Het blijft hier echter te vaak hangen: er is implementatiekracht nodig.”

Waar staat de gemeente Rotterdam nu?

“We zijn nu bezig met het bepalen van de veranderstrategie. Wat betekent datagedreven werken voor Communicatie, voor Leren en Ontwikkelen? Wat is de stip op de horizon, onze datastrategie en visie?” De focus moet vooral liggen op praktisch en hard werken vindt Jos. Op technisch vlak ziet hij gelukkig geen belemmeringen: “Rotterdam is echt goed op technisch gebied. We hebben een BI-afdeling van 80 man, een datawarehouse en een analytics platform. Wij zijn daarnaast één van de weinige steden die haar eigen applicaties ontwikkelt, o.a. met behulp van Rapid Application Development. We hebben eigen programmeurs en dat is een zegening. Op de verschillende beleidsafdelingen zitten bovendien data-analisten.”

Wat is de maatschappelijke rol van gemeenten op het gebied van data?

Jos beschrijft dat de gemeente vooral in samenwerking met andere gemeenten moet praten over maatschappelijke vraagstukken. “Het gesprek moet gaan over de digitale besturing van de stad. We denken te snel dat de markt dit doet.”

Hij geeft een voorbeeld van hoe het niet moet: “In Toronto is een deel van het grondgebied aan Google gegeven voor de ontwikkeling van een smart city, maar daar is veel weerstand tegen vanuit inwoners.” Je kunt het als gemeente niet overlaten aan de markt vindt Jos. “De gemeente is de mooiste organisatie die er bestaat. Ze runt 400 producten en heeft het potentieel om innovaties aan te jagen. Zet de gemeente in een iets andere stand en ze gaat het zelf doen. Een uitdaging is dat de ondernemende mensen voldoende ruimte krijgen.”

Is er sprake van weerstand?

“Ja. Verschillende soorten,” antwoordt Jos. Hij krijgt vragen als: ‘Dit doen we toch al? Houd ik straks wel werk over? Wij willen toch niet doen wat Facebook doet?’ Binnen de gemeente is een filosoof aangesteld om ethiek mee te nemen in het programma. De cultuur binnen de gemeente beschrijft Jos als groen (samen, stabiel, op de relatie) en blauw (consciëntieus, indirect, taakgericht). Een cultuur die je in meer gemeenten ziet, maar niet altijd de meest flexibele voor verandering, vindt hij. De grootste uitdaging is volgens Jos: “Voor elkaar krijgen dat dit programma nog acht of negen jaar doorloopt en steeds producten oplevert. Het kan niet na vier jaar weer stoppen. Voor zo’n grote verandering is een lange adem nodig.”

Als laatste: Wat is jouw tip voor andere gemeenten?

“Lezen, lezen en nog een eens lezen. Door heel veel boeken en rapporten te lezen moet je de opgave echt begrijpen. Je vat deze niet zomaar samen in een PowerPointpresentatie. De top van de organisatie moet hier diep over na gaan denken, want dit is een transitie van de gemeentelijke organisatie.” Jos verwijst naar een lezing van oud-Minister Dijkstal waarin hij aangaf dat de hele wereld gaat veranderen en dat onze taak niet is om op de winkel te passen, maar om de toekomst te leren begrijpen. Hij herhaalt ook het punt dat hij eerder in het gesprek maakte: “Het vrijblijvende van pilots moet echt stoppen. Het heeft geen nut als je tegelijkertijd geen organisatie voor implementatie neerzet. Zonder achterliggend concept kom je er niet.”

Pako de Lange

Vragen?

Wil je naar aanleiding van bovenstaand artikel met ons doorpraten, of heb je vragen? Neem dan contact op met Pako de Lange (delange@morgens.nl, telefoon 071 – 3313 640)

meer over digitalisering