Deze website maakt gebruik van cookies melding sluiten
Overheid

Hoe ziet de strafrechtketen van Morgen eruit?

De strafrechtketen is in Nederland verantwoordelijk voor het handhaven van de rechtstaat. Net als bij andere overheidsorganisaties, speelt binnen de strafrechtketen de vraag hoe de organisatie er in de toekomst uitziet en wat er nodig is om haar maatschappelijke taak innovatief, effectief en efficiënt uit te voeren. Op welke thema’s dient de keten zich te ontwikkelen om klaar te zijn voor de maatschappij van morgen? 

In dit artikel werken Bob Willemsen en Mark Elstgeest een aantal van deze thema’s uit. Zij baseren zich daarbij op het onderzoek naar de Overheid van Morgen van april 2019. Op basis van interviews met bestuurders (onder meer in de strafrechtketen), kwantitatief onderzoek en desk research bracht Morgens in kaart hoe overheidsorganisaties er over vijf tot tien jaar uitzien en welke thema’s daarbij een belangrijke rol spelen.

De strafrechtketen

De kern van de strafrechtketen bestaat uit: de Politie, het Openbaar Ministerie en de Rechtspraak. Zij zijn respectievelijk verantwoordelijk voor het opsporen, vervolgen en berechten van strafrechtelijke feiten. Naast deze kern zijn Reclassering, Slachtofferhulp Nederland en het CJIB (executie van sancties) onderdeel van de keten.

Thema's voor het strafrecht van Morgen

Bob en Mark bespreken in dit artikel ontwikkelingen in de strafrechtketen aan de hand van de belangrijkste thema’s die uit het onderzoek naar de overheid van Morgen naar boven kwamen:

  1. Van keten naar netwerk
  2. Werken vanuit de klantbehoefte
  3. Digitale transformatie 2.0
  4. Nieuw vakmanschap
  5. Geen woorden maar data

1  Van keten naar netwerk: meer samen

De gedachte dat het strafrecht een keten is met een ketenwerkproces en een gezamenlijke verantwoordelijkheid en ambitie, is in de afgelopen 15 jaar sterk gegroeid. Er zijn ook meerdere succesvolle voorbeelden van ketensamenwerking, bijvoorbeeld het programma ZSM en de werkwijze in Veiligheidshuizen.

Ook in meer recente initiatieven zien we dat meerdere partners vanuit een gedeelde ambitie, aanpak en verantwoordelijkheid werken:

  • In het programma Ondermijning werken strafrechtpartners, politie, FIOD en gemeenten samen;
  • Advies op tijd: gezamenlijk programma van het Openbaar Ministerie en de 3RO (Reclasserings­organisaties) om ervoor te zorgen dat reclasseringsadviezen tijdig aangeleverd worden;
  • Programma straf met zorg: gezamenlijk programma van het OM met partners in het sociaal domein gericht op het voorkomen van strafrechtelijk gedrag bij verdachten met complexe sociale problematiek;
  • Alle Zaken Digitaal: gezamenlijk programma van Openbaar Ministerie en Rechtspraak om alle strafzaken digitaal mee te verwerken.

Samenwerking buiten het primaire proces

Wij verwachten dat daar nog twee ontwikkelingen bij komen. Allereerst is er met de toenemende innovatie en digitalisering ook steeds meer samenwerking tussen de ketenpartners nodig buiten het primaire proces.

Om het mogelijk te maken om een digitaal werkend proces te hebben over de organisaties heen, is verdere gezamenlijke innovatie en afstemming over gemeenschappelijke ICT-systemen noodzakelijk. Het programma rond de intensiveringsgelden digitalisering strafrecht (Rutte III) is daar een mooi voorbeeld van. Vooral ook omdat aansturing van dit programma vanuit een gezamenlijk Opdrachtgeversberaad plaatsvindt.

Burger centraal in de keten

De tweede ontwikkeling is dat de burger een centralere plaats krijgt in het proces en op punten onderdeel wordt van de keten. Bijvoorbeeld door actievere participatie van burgers in de opsporing. Of door het aanleveren van camerabeelden en integratie van WhatsApp-buurtgroepen en Amber-alerts in het strafrechtproces.

Bij deze veranderingen is het van cruciaal belang dat de keten en de voorzieningen zo zijn ingericht dat de strafrechtketen in staat is om zich aan te passen aan deze veranderende rol van de burger.

2  Werken vanuit klantbehoefte: slachtoffer en rechtzoekende centraal

De organisaties in de strafrechtketen hebben een monopoliepositie en hoeven dus niet direct te vrezen voor concurrentie. De processen zijn overwegend ingericht vanuit de professional (rechter of Officier van Justitie) en gericht op het behalen van interne kwaliteitsnormen. Klantgericht werken staat niet centraal, zowel voor externe “klanten” (verdachte, slachtoffer, advocaat) als voor interne klanten als rechters, Officieren van Justitie en reclasseringsambtenaren in de keten.


"Het is cruciaal dat de strafrechtketen erkent dat ze een belangrijke rol heeft in “life events” van gewone mensen"

Ketenportalen

De eerste veranderingen zijn wel ingezet. De versterking van de positie van het slachtoffer in het strafproces is daar een goed voorbeeld van. Ook zijn er verschillende ketenportalen ingericht om de buitenwereld beter te bedienen. Het gaat dan om het slachtofferportaal, het advocatenportaal en portaal voortgang bezwaar boete. Daarnaast zijn er nog een aantal portalen in ontwikkeling, zoals het banken- en verdachtenportaal.

Om de legitimiteit en de kwaliteit van de strafrechtketen van morgen te behouden, moet dit echter nog veel beter. Uitvoering van zijn of haar maatschappelijke taak gezien door de ogen van de klant, zou centraal moeten staan in de inrichting van het werk en de taakopvatting van de juridisch professional, manager en bestuurder in de strafrechten. Het is cruciaal dat de strafrechtketen erkent dat ze een belangrijke rol heeft in “life events” van gewone mensen en dat de afhandeling een logistiek proces is.

foto trappenhuis

3  Digitale transformatie 2.0: papier uit de keten!

Al in 2012 vermeldde het rapport “Prestaties in de strafrechtketen” dat de gebrekkige digitalisering een hoofdoorzaak was van hoger dan gewenste doorlooptijden in de keten en gebrekkige sturingsmogelijkheden hierop. Sinds die tijd zijn er een aantal forse stappen gezet in het digitaliseren van de strafrechtketen. Zo deden Openbaar Ministerie en Rechtspraak in juni 2019 96% van alle strafzaken digitaal af.

Toch is het nog steeds zo dat de NAW-gegevens van een verdachte van opsporing tot cassatie bij de Hoge Raad zo’n 17 keer opnieuw moeten worden ingevoerd in de diverse systemen van de ketenpartners. Het afronden van ketendigitalisering, zodat documenten en multimedia alleen nog “digital born” door de keten gaan van Politie tot Hoge Raad, is dus een topprioriteit voor de strafrechtketen. Dat is de reden dat er een programma loopt “papier uit de keten” vanuit de kabinetsgelden digitalisering strafrecht van Rutte III. Naar verwachting zal deze klus in 2021 voor een groot deel zijn afgerond.

Daarmee is dan de infrastructuur gelegd voor een efficiënter, sneller en kwalitatief beter strafproces, maar vooral ook voor meer innovatieve vormen van inzet van ICT-middelen in de keten. Denk daarbij aan: algoritmische ondersteuning bij beslissingen, automatische beeldherkenning, toepassen van AI (kunstmatige intelligentie) op jurisprudentie en vonnisanalyse. Maar ook Virtual Reality ondersteuning bij plaatsen delict en automatisch transcriberen van Processen-Verbaal zijn mogelijkheden die vanaf 2021 langzaam gaan verschijnen.


"Toch is het nog steeds zo dat de NAW-gegevens van een verdachte van opsporing tot cassatie bij de Hoge Raad zo’n 17 keer opnieuw moeten worden ingevoerd in de systemen van ketenpartners."

4  Ander vakmanschap

De tot nu toe geschetste thema’s gaan vooral over keten-governance, ICT-voorzieningen en procesinrichting rond klantwensen. Analoog hieraan is ook radicale ontwikkeling van een ander juridisch vakmanschap nodig. Aspecten als sturing, doorlooptijden en supply chain moeten centraal komen te staan in de beleving van bestuurders en managers in de strafrechtketen. Hetzelfde geldt voor maatschappelijke effectiviteit en klantdenken bij juridisch professionals.

Immers, ook voor de strafrechtketen is de tijd voorbij dat zij haar legitimiteit ontleent puur aan haar positie, geweldsmonopolie en autoriteit. Om haar legitimiteit te behouden, zal de keten zich ook moeten gaan richten op efficiëntie, het transparant uitvoeren van haar maatschappelijke taak en de publieke verantwoording daarvan.

Veranderende competenties

Dit betekent dat politiemensen, officieren van justitie, rechters en reclasseringswerkers veel meer vanuit de volgende competenties gaan werken:

  • Proces- in plaats van zaak-denken: het juridisch proces en de beleving van de klant staan centraal in plaats van de focus op tussenproducten als processen-verbaal, rapportages, dagvaardingen en vonnissen;
  • Een breed kwaliteitsbegrip met focus op maatschappelijke waarde in plaats van juridische kwaliteit: focus op het leveren van producten aan de klant op het juiste moment in plaats van het schrijven van een juridisch dichtgetimmerd vonnis;
  • Bewustzijn van de eigen rol en plek in de keten, en die van leveranciers en ontvangers;
  • Digitaal denken, dat wil zeggen ordenen en structureren van digitale informatie in plaats van analoge, en het uitnutten van IV-technologie voor het slimmer en sneller werken.

Managers en bestuurder zullen steeds minder alleen juridische professional zijn en steeds meer ook professioneel manager. Het selectiecriterium wordt dan steeds minder de vraag wie de beste jurist of boevenvanger is, en steeds meer wie de meeste leidinggevende kwaliteit heeft en het best in staat is mens, organisatie en keten te helpen ontwikkelen.

Ook leidt dit er in onze ogen toe dat de autonomie van lokale organisatie onderdelen van de strafrechtketen op proces- en beleidsniveau zal afnemen terwijl centrale sturing op voorraden en ICT- en procesontwikkeling zal toenemen.


"Het selectiecriterium wordt dan steeds minder de vraag wie de beste jurist of boevenvanger is"

5  Geen woorden maar data

Een van de consequenties van het afronden van de digitalisering van de strafrechtketen, is dat de mogelijkheden voor toepassingen van big data sterk zullen toenemen. Op dit moment spelen al de volgende ontwikkelingen op dit gebied:

  • RIEC (Regionaal Informatie en Expertisecentrum) en Financial Intelligence Unit: inzet van big data in het bestrijden van financiële en ondermijnende criminaliteit door Openbaar Ministerie, opsporingsdiensten en openbaar bestuur;
  • Thema uit kabinetsgelden intensivering digitalisering strafrecht: ontwikkelen van een integraal persoonsbeeld. Door het samenvoegen van allerlei informatiebronnen (onder andere strafblad en Politiesystemen) een “LinkedIn-profiel” van verdachten creëren.

Verankering van datagedreven werken

Als volgende stap zien wij vooral het steviger verankeren van datagedreven werken in de werkprocessen van de strafrechtketen door het ontwikkelen van een stip op de horizon en datastrategie.

Uiteindelijk zien we de maatschappelijke meerwaarde van big data in de strafrechtketen als een hulpmiddel in het voorkomen van strafrechtelijk gedrag. Door middel van big data wordt het mogelijk om strafrechtelijk gesanctioneerd gedrag te voorspellen. Dit maakt preventief sturen en ingrijpen vooraf mogelijk, in plaats van bestraffen achteraf. Denk hierbij aan persoonsgerichte strafoplegging of inzet van politiecapaciteit op basis van big data gedreven modellen, maar ook aan de inzet van apps die proactief waarschuwen voor mogelijke snelheidsovertredingen.

Conclusie: goede bouwstenen voor innovatie strafrechtketen

De strafrechtketen heeft een goede basis om haar toekomst vorm te geven. De bouwstenen voor een toekomstgerichte keten zijn er. Men is al gewend aan ketensamenwerking, er is geld voor innovatie en een beeld van welke innovatie uitdagingen er liggen. Goede stappen zijn al gezet rond het digitaliseren van de processen en het vanuit de klantbehoefte inrichten van portalen.

Tegelijkertijd is er nog veel te doen om klaar te zijn voor de toekomst. Technische ontwikkelingen gaan snel. Als burgers massaal met hun eigen iPhone-opnames op zitting verschijnen, moet je er klaar voor zijn.

Als ketenpartners samen innoveren

Het is zaak om goed samen te werken als ketenpartners om werk te maken van noodzakelijke innovaties: multimedia integreren in het digitale strafproces, meerwaarde halen uit data, realiseren van klantgerichte processen en portalen, en opleiden en vormen van digitaal vaardige medewerkers en leidinggevenden. Alleen dan blijven de organisaties in de strafrechtketen legitiem, relevant en midden in de maatschappij staan om haar op koers te houden.

Dit is een grote veranderopgave die moed, strategische keuzes en executiekracht vereist. Er moet veel gebeuren met de strafrechtketen-organisaties om dit samen te realiseren. Onze boodschap is: wacht niet, maar ga aan de slag en zet een versnelling in!

Meer over de strafrechtketen
Ontvang gratis Morgens Magazine

Ontvang gratis inspiratie, kennis en updates! Schrijf je in op onze nieuwsbrief & ontvang Morgens Magazine gratis in je mailbox.

Door op verzenden te klikken ga je akkoord met de Privacyverklaring van Morgens