Deze website maakt gebruik van cookies melding sluiten
Overheid

Het effect van corona op de strafrechtketen

In gesprek met Hoofdofficier van Justitie Hugo Hillenaar.

Hugo Hillenaar is Hoofdofficier van Justitie in Rotterdam. We vroegen hem hoe hij de afgelopen periode heeft beleefd, welke kansen hij ziet in de huidige tijd en wat de effecten zijn van de coronamaatregelen op de strafrechtketen. Dit interview is het eerste interview met bestuurders uit de strafrechtketen. In deze reeks bespreken we de impact van de coronapandemie op henzelf en op de strafrechtketen.

De coronamaatregelen hebben een effect gehad op de samenleving als geheel. Waar is het OM het hardst geraakt?

“In het begin zijn er in de hectiek allerlei maatregelen genomen. We hebben bijvoorbeeld zittingen geschrapt omdat de rechtbanken gedeeltelijk dicht waren. Ook taakstraffen moesten we stilleggen. De maatregelen hebben zeker beperkend gewerkt. Dat geldt voor alle aspecten en alle organisaties in de strafrechtketen.

Het gevolg daarvan waren nieuwe voorraden. En die kwamen bovenop een situatie waarin we als strafrechtketen toch al zoekende waren naar hoe we doorlooptijden kunnen verkorten en voorraden kunnen wegwerken. Het heeft de problematiek op die manier versterkt. Dit raakt alle betrokkenen: van slachtoffers en verdachten tot rechters en Officieren van Justitie.

Aan de andere kant zie ik allerlei nieuwe dingen ontstaan waar voorheen weerstand tegen was. Dat is de goede kant van deze crisis. Neem het digitaal vergaderen en telehoren. Technisch was dat eerder ook al mogelijk, maar om allerlei redenen gebruikten we het nauwelijks. Ik denk vooral omdat mensen nou eenmaal liever het bekende in stand houden. Toen we vanwege de deels gesloten rechtbanken niet anders konden is het aantal telehoorzaken fors gestegen."

Hoe wordt er bij het OM gereageerd op zo’n voorstel van de Raad voor de Rechtspraak om meer bij de politierechter af te doen? Is de strafrechtketen daar wat jou betreft mee geholpen?

“In het algemeen zie ik een herwaardering van hoe we bestaande mogelijkheden beter kunnen benutten. Met de huidige omstandigheden is het ook makkelijker om bestaande routines te doorbreken. Nood breekt immers wet. Er is dus meer ruimte voor pragmatische en onorthodoxe oplossingen.
Neem bijvoorbeeld het afdoen van meer zaken bij de Politierechter. Zwaardere zaken worden door een Meervoudige Kamer afgedaan. Het oordeel van drie rechters is in principe nou eenmaal beter dan één. Met de huidige voorraden is het wat ons betreft wel verantwoord om een deel van deze zaken door een Politierechter af te doen. Het belang van snellere duidelijkheid voor slachtoffers en verdachten en van het afbouwen van voorraden gaat immers voor. Uiteraard kijken we daarbij naar de aard en de complexiteit van de zaak.

Zittingscapaciteit is een schaars goed. Op deze manier ga je die efficiënter benutten. Daarom is het ook een goed idee om te kijken hoe je daar een beetje anders (en wellicht een beetje onorthodox) naar kunt kijken. Het OM heeft het ook alleen maar toegejuicht om naar dit soort mogelijkheden te kijken. Je ziet tegelijkertijd ook de behoefte opkomen om de in onze ogen eenvoudiger zaken met de wat lichtere vergrijpen die nog naar een Politierechter gaan met een OM-strafbeschikking [vergelijkbaar met een boete opgelegd door het OM] af te doen. Ook hier gaat verlaging van doorlooptijden wat ons betreft boven vasthouden aan de bestaande werkwijze.”

Hugo Hillenaar

Welke reacties zie je bij het OM nog meer, naast een drang om te vernieuwen, veel werk te verzetten en zo de zaak proberen te redden?

“Naast dat we harder zijn gaan lopen, hebben we ook tussentijds met elkaar afgesproken om te evalueren. Wat is het meest efficiënt? En hoe zorgen we dat we de kwaliteit waarborgen? De bewegingen die ik zojuist noemde – meer telehoren, meer schriftelijk afdoen en minder gedetineerdenbewegingen - zijn namelijk grote en ingrijpende veranderingen.

Daarnaast zie ik dat de manieren van werken en samenwerken heel erg aan het veranderen zijn. Iedereen kwam altijd standaard naar kantoor om te werken. Ik zag mensen vanuit Leeuwarden naar den Haag komen om een uurtje te vergaderen. Dat gaan we natuurlijk niet meer doen. Wat mij betreft bepalen we structureel een nieuwe norm voor thuiswerken.

Telewerken konden we eerst ook al, maar deden we eigenlijk nauwelijks. Nu zijn we gedwongen om het te doen, en zien we de voordelen ervan. Digitaal samenwerken heeft natuurlijk ook nadelen. Het kan fysiek samenwerken niet vervangen op het gebied van complexiteit, emoties en verbinding. Je kunt minder met elkaar in discussie. Minder elkaars emoties aanvoelen, en taxeren of iets goed valt of niet. We moeten de nadelen compenseren en de voordelen zoveel mogelijk benutten.”

Jij zit pas kort op deze andere plek. Wat betekent dat dan voor jou? Je hebt dan ook een ander parket om aan te sturen om door te crisis te komen. Merk je dat dat verandert, ten opzichte van wat je eerder hebt gedaan?

“Normaal gesproken zou ik naar al die teams toe gaan en een dag erbij gaan zitten. Dan krijg je heel veel informatie. Het in verbinding zijn met medewerkers is voor mij normaal gesproken heel belangrijk. Nu is dat natuurlijk niet meer op dezelfde manier mogelijk. Daarnaast hebben we een relatief nieuw MT. Het dagelijks bestuur moet zich weer opnieuw vormen. Je zou dan normaal gesproken twee dagen op de hei gaan zitten, en allerlei sessies gaan inrichten. Nu is dat ingewikkelder geworden.

Ik zie dus dat de manier van werken functioneel heel veel voordelen kan hebben: vergaderen wordt heel zakelijk en efficiënt. Je kunt snel afspraken maken. Andere dingen worden echter veel ingewikkelder: hoe gaan we om met complexiteit? Hoe werken we in gezamenlijkheid aan een opdracht? En hoe verbinden we de verschillende onderdelen van de organisatie met elkaar?"

En geldt dat ook voor de keten? Is het te doen om op dat niveau de ‘boel bij elkaar te houden’?

“Op het niveau waar ik actief ben, als hoofdofficier, merk ik geen groot verschil. We komen namelijk gewoon fysiek bij elkaar om te vergaderen. Op het niveau van de veiligheidsdriehoek – burgemeester, hoofdofficier en eenheidschef politie – blijven we elkaar fysiek regelmatig zien. Ook zie ik dat partners bij elkaar betrokken blijven; ze trekken zich niet terug naar hun eigen omgeving. 

Welke kansen zag je in deze coronatijd nog meer die niet of nauwelijks zijn opgepakt?

“Een van de dingen waar ik tegenaanloop, is dat mijn parket in twee gebouwen zit: het Wilhelminaplein en de Marconistraat. Die zitten al jaren uit elkaar; eigenlijk zijn het twee parketten geworden. Je hebt die samenwerking natuurlijk wel nodig. Daarom heb ik nu een nieuw idee dat ik verder wil gaan uitwerken. Ik wil met een nieuwe norm voor thuiswerken komen. Dat houdt bijvoorbeeld in dat iedereen twee dagen gaat thuiswerken. Op die manier speel ik ruimte vrij om een deel van de medewerkers in het gebouw aan de Marconistraat naar het Wilhelminaplein toe te halen. Door anders naar thuiswerken te kijken kan ik in de fysieke ruimte zo partijen bij elkaar brengen.

Wat de strafrechtketen betreft blijft overeind staan dat we op bestuurlijk, tactisch en operationeel niveau moeten blijven samenwerken. Wij zijn nou eenmaal “tot elkaar veroordeeld” en een integrale aanpak biedt veel meer mogelijkheden om tot een goede interventie te komen. We moeten misschien wel opnieuw kijken naar de inrichting van de samenwerking. Kunnen we met meer op afstand werken toch dezelfde of misschien meer verbinding houden? En hoe houden we op afstand genoeg begrip voor de individuele belangen van de ketenpartners?”

Wat ga je zelf persoonlijk missen als de coronamaatregelen opgeheven worden?

“Ik ben fysiek gewoon doorgegaan met mijn werkzaamheden, dus voor mij is er, in tegenstelling tot veel anderen, niet superveel veranderd. Als ik iets meer uitzoom, zie dat de samenleving van voor corona oververhit was. Er stond geen rem op. Kijk bijvoorbeeld naar het reizen en de massatoerisme. Het is absurd dat ik voor een bedrag naar Barcelona kan vliegen waarvoor ik niet eens naar Groningen kan met de trein. Het fenomeen “fear of missing out”, het aantal burn-outs bij jonge mensen en zo kan ik wel even doorgaan

Ik vind corona in dat opzicht wel een mooie tijd. Er is gedwongen wat meer rust gekomen en daardoor ook wat meer tijd voor reflectie. En als we weer helemaal teruggegaan in dat enorme oververhitte tempo van voor corona, dan ga ik dat deel van de coronatijd missen. Dus ik vind het wel gezond dat we meer balans aanbrengen en onszelf meer rust en reflectie gunnen. We moeten anders denken over het klimaat en onze rol daarin, en anders denken over de drukte in onze agenda’s. Ik hoop en verwacht dat de bewegingen die verandering en innovatie mogelijk maken niet meer weggaan."

 

Meer over de strafrechtketen
Ontvang gratis Morgens Magazine

Ontvang gratis inspiratie, kennis en updates! Schrijf je in op onze nieuwsbrief & ontvang Morgens Magazine gratis in je mailbox.

Door op verzenden te klikken ga je akkoord met de Privacyverklaring van Morgens