Actueel / Zorg

De toekomst van de GGZ: echt meedoen!

02-12-2021 6 minutenAnnouck de Boer

In het vijfde interview uit de reeks over de GGZ van Morgen spraken Mark Reitsma en Annouck de Boer met Rob Jaspers, bestuurder van GGNet. GGNet is dé specialist in Noord- en Oost-Gelderland voor mensen met psychische problemen én voor hun naasten. GGNet gelooft dat door mensen met elkaar te verbinden, er een wereld te winnen is. De kern van Rob’s boodschap: voor de toekomst van de GGZ is het cruciaal dat inwoners, patiënten, cliënten weer echt gaan meedoen in de maatschappij. Ook gaat hij in op het samenwerkingsverband Achterhoek Gezond, als praktijkvoorbeeld hoe zij hierin al stappen zetten.

Rob Jaspers, bestuurder van GGNet, over de GGZ van morgen.

Hoe ziet de GGZ er over tien jaar uit? Wat zijn de belangrijkste problemen? En welke kansen zijn er voor de toekomst?

Op weg naar de GGZ van Morgen

Dit interview maakt deel uit van een serie gesprekken met bestuurders en directeuren van GGZ-instellingen over hun visie op de toekomst van de GGZ. Hierbij kijken we naar de belangrijkste ontwikkelingen en uitdagingen in de GGZ, kansen voor de toekomst en veranderingen die nodig zijn om klaar te zijn voor de uitdagingen van morgen.

Welke uitdagingen zijn er in de GGZ?

“Op dit moment loopt het helemaal spaak in de GGZ. De wachtlijsten zijn gigantisch. Iedereen doet vreselijk zijn best aan om toch tot oplossingen te komen in het netwerk door het opzetten van transfertafels, maar het gewenste resultaat is nog lang niet in zicht. De administratieve druk is waanzinnig hoog, de enorme agressie tegen zorgverleners, de krapte op de arbeidsmarkt: je ziet zorgverleners verzuipen. Allemaal aspecten waarom zorgverleners overwegen de zorg te verlaten of dat ook daadwerkelijk doen. Sommige zorgverleners keren terug als ZZP’er. Deels omdat het niet altijd goed georganiseerd is in de instelling en het daarom aantrekkelijker is om voor jezelf te werken, maar ook omdat ZZP’ers meer zeggenschap krijgen over hun werktijden, hun eigen werk kunnen inrichten, geen diensten hoeven te draaien en natuurlijk ook veel meer kunnen verdienen.”

Hoe zie jij de toekomst van de GGZ?

“Ik zie eigenlijk vijf grote ontwikkelingen: meer focus op positieve gezondheid en mentale gezondheid, meer preventie en doelmatigheid, meer samenwerken in de regio, meer ruimte voor het vakmanschap en meer technologische ontwikkelingen.”

1. Positieve gezondheid en mentale gezondheid

“De GGZ gaat niet alleen over het zo goed mogelijk bestrijden van symptomen. Een goede behandeling maar wel eenzaam achter de voordeur, kan nooit het doel zijn. Uiteindelijk gaat het over mensen begeleiden om echt mee te kunnen doen. We moeten de beweging maken van focus op ziekte naar focus op gezondheid. Dus we moeten nu en in de toekomst steeds meer gaan investeren in positieve gezondheid en mentale gezondheid. De grootste uitdaging om die omslag goed te kunnen maken, is dat er een groot taboe heerst op psychische aandoeningen. Om echt de focus op de gezondheid te kunnen leggen, moeten we van het stigma af, zodat iedereen een plek krijgt in de maatschappij.”

2. Anders kijken naar behandelen samen met de regio

“Een belangrijke basis van de GGZ is het behandelen en reduceren van symptomen, maar dat is niet het enige. De focus ligt meer en meer op herstelgericht behandelen. Echt luisteren naar de patiënt en het netwerk van de patiënt betrekken, zodat altijd de vraag van de patiënt centraal staat in de behandeling. In sommige gevallen is dat niet het bestrijden van symptomen. Het gaat vaak over mee kunnen doen in de context van werk, de leefomgeving, het gezin en een relatie. Dat betekent dat we niet alleen de diagnose moeten zien, maar juist de persoon – die misschien ook een angststoornis, een depressie of een psychose heeft.

We zien nu dat zorgverleners hun houvast halen uit wat ze kennen, hoe ze zijn opgeleid en wat ze al doen. Als je ze vraagt ‘Ga eens breder kijken en kijk wat er nodig is mensen weer mee te laten doen?’, vraagt dat een omslag in het denken en doen. Daar is tijd en aandacht voor nodig. In de toekomst zullen zorgverleners steeds meer gaan samenwerken met professionals van het sociale wijkteam en/of welzijnsorganisaties om de echte vraag te behandelen gericht op herstel.”

3. Preventie en doelmatigheid

“De GGZ komt vaak pas in beeld als mensen last hebben van hun ziekte. Er is heel veel te winnen als we gaan investeren in preventie. Dat vraagt van ons dat we de schotten tussen de domeinen weghalen. De GGZ heeft een rol om de deskundigheid naar de voorkant te brengen, naar de school, naar de huisarts, naar het sociale wijkteam, zodat problemen vroegtijdig gesignaleerd worden en voorkomen wordt dat mensen ernstigere problematiek ontwikkelen.

Een andere rol voor de GGZ is ook bescheiden zijn. Ik ben een groot voorstander van doelgericht de vraag behandelen. Behandelaren kunnen heel veel andere zaken zien die reden zijn voor een behandeling, maar als dat niet de vraag is van de patiënt dan moet je het laten gaan. Tevreden zijn wanneer het doel is bereikt. De GGZ-zorg is in principe oneindig. Sommige vragen zijn levensvragen, die niet om een GGZ-behandeling vragen.  We moeten durven kiezen voor de mensen die de zorg het meest nodig hebben. Daarin moet we als GGZ ook durven het verschil te maken. Ter illustratie: als je als kind opgroeit in Amsterdam-Zuid dan kan je verwachten dat je 7 jaar langer leeft dan als je opgroeit in de Bijlmer. Als je opgroeit in de Bijlmer heb je dus een lagere levensverwachting en heb je ook nog eens 15 jaar langer last van een slechte gezondheid. Dat zijn hele grote verschillen en die moeten we aanpakken. Als we erin slagen om kindermishandeling en schulden terug te dringen, gaan we in de toekomst veel minder mensen zien in de GGZ.”

4. Meer ruimte voor vakmanschap

“Ik verwacht dat het in de GGZ van de toekomst meer zal gaan over het vakmanschap (in de sector). De zorgprofessionals moeten meer ruimte krijgen. Zij hebben per slot van rekening de kennis, expertise en ervaring. Geef ze dus ook de ruimte om hun vak op een goede manier uit te oefenen. En durf verschil te maken, door de zorgverleners die mensen behandelen met ernstige en complexe problematiek beter te belonen.
Natuurlijk moet er een goede verantwoording zijn, maar tegenwoordig lijkt het adagium te zijn: ‘kwalitatief goede zorg is goed geregistreerde zorg’. En dat is natuurlijk onzin. We moeten op een veel hoger abstractieniveau gaan kijken naar een kwalitatief goede uitkomst.”

5. Technologie

“Voor patiënten gaat technologie een hele belangrijke rol spelen om in contact te zijn en te blijven met hun omgeving. Er zijn nu heel veel mogelijkheden om op een digitale manier in contact te zijn met de wereld om ons heen. Ik denk dat we dat nog veel meer kunnen benutten dan dat we nu doen, bijvoorbeeld om de regie meer bij de patiënt te leggen. We zeggen natuurlijk vaak ‘de patiënt staat centraal’, maar als je dan goed gaat kijken, staat eigenlijk de hulpverlener centraal. Ik stel mij in de toekomst toch een soort booking.com voor, waar een patiënt een zorgvraag kan formuleren en waar zorgverleners op kunnen intekenen. Op die manier kan de patiënt zelf kijken naar ‘met wie wil ik dit eigenlijk doen?’. Daarvoor is een digitaal platform nodig om vraag en aanbod bij elkaar te brengen. Daarnaast verwacht ik ook dat er steeds meer e-communities zullen komen voor lotgenoten, dus om ervaringen uit te wisselen.”

Wat is er nodig voor deze verandering?

“Een mooi voorbeeld van hoe we aan de toekomst bouwen in de Achterhoek, is het samenwerkingsverband Achterhoek Gezond. Dit voorbeeld vind ik ook exemplarisch voor wat er nodig is voor deze verandering.

De Achterhoek kwam in 2015 (toen de decentralisaties in het sociaal domein begonnen) tot de conclusie, dat we met elkaar echt voor een flinke opgave staan. De regio wordt geconfronteerd met een dubbele vergrijzing. Jongeren trekken weg en de ouderen worden ouder. Daarnaast is het een regio die heel erg leunt op mantelzorgers en ook de mantelzorgers worden steeds ouder. Uiteindelijk zijn gemeenten, zorgverzekeraar, zorgaanbieders en een aantal ondernemers met elkaar om tafel gegaan om te kijken hoe deze grote opgave aan te pakken. In het begin zijn dat echt totaal verschillende werelden die elkaar niet begrijpen en elkaar niet vertrouwen. We hebben toen samen scherp in beeld gebracht waar we nu staan en hoe het eruit ziet in 2030 als we niks doen.

Er ontstond urgentie en vertrouwen toen we de gezamenlijk tot de conclusie kwamen dat de kwaliteit van zorg onder druk staat door de vergrijzing, toename van chronisch zieken, stijgende zorgkosten en een tekort aan zorgprofessionals. Naast het urgentiebesef hadden we ook hetzelfde eindplaatje in beeld: door te focussen op méér gezondheid kunnen we ervoor zorgen dat er in de toekomst mínder zorg nodig is, en dat deze dus betaalbaar en toegankelijk blijft. Hiervoor is een verschuiving in denken en handelen nodig: omdat het huidige systeem het repareren van ziekte beloont, missen we nu structurele organisatiekracht om mensen gezonder te maken én te houden. We moeten daarom juist nú anders gaan organiseren, financieren en meten. Dit voorbeeld vind ik exemplarisch voor wat er nodig is.

Op dit moment zitten we in een soort ‘catch 22’. Aan de ene kant moet er geïnvesteerd worden in gezondheid om de omslag te maken, tegelijkertijd moeten we ook goede zorg blijven leveren. In de Achterhoek werken we met het kavelmodel: dit model geeft handvatten om die omslag goed te maken en gaat in de basis om de gezondheid te bevorderen.”

Wat is het kavelmodel?

“Alle initiatieven die we ontplooien moeten voldoen aan de populatiemanagement-gedachte. Ze moeten bijdragen aan de gezondheid van de inwoners, aan dat de kwaliteit van zorg beter wordt, dat de zorgkosten verminderen en dat het werkplezier van de zorgprofessional verbetert. Aan de voorkant is er ook een investering nodig. Daarvoor zetten we in de Achterhoek een Health Impact Fonds op, een fonds waar investeerders geld in stoppen, zodat de Achterhoek initiatieven kan ontwikkelen die tot meer gezondheid en reductie van de zorgkosten leiden. Op die manier kan de investering weer terugbetaald worden. Uiteindelijk moet je iets in het systeem stoppen en iets toevoegen om de werkelijke verandering opgang te brengen.

Als ik kijk naar de stappen die we moeten zetten, ben ik eigenlijk erg optimistisch. We zijn echt op de goede weg. Als bekostigers, zorgverzekeraars, gemeenten, zorgaanbieders en inwoners elkaar goed blijven vinden op het begrip van gezondheid en zorgorganisaties voldoende experimenteerruimte krijgen, dan kunnen we de gezondheid en de kwaliteit van zorg echt verbeteren tegen minder kosten en met gelukkigere zorgverleners.”

Tot slot: wat merkt de patiënt hiervan?

“De patiënt gaat merken dat hij in zijn eigen leefomgeving echt kan meedoen en gezien wordt als de persoon die hij is. Mooi voorbeeld: in Ruwaard in Oss laten ze psychiatrisch patiënten participeren in het wijkcentrum. Hiervoor zaten deze mensen in hun beschermd wonen-omgeving. Nu zijn ze betrokken bij het organiseren van allerlei activiteiten voor de wijk. Uiteindelijk is het ideaalbeeld dat iedereen op elke dimensie van positieve gezondheid kan meedoen. We zullen daar in kleine stapjes naartoe moeten bewegen. De GGZ moet zich realiseren dat wij daar maar een stukje van kunnen doen. Het kan alleen maar samen met andere partijen.”

Blijf op de hoogte van de GGZ van Morgen

Dit is het vijfde interview in een reeks over de GGZ van Morgen. Wil je op de hoogte blijven? Meld je aan voor onze nieuwsbrief.

Wil je gedachten wisselen over dit onderwerp? Of ben je benieuwd wat Morgens voor je kan betekenen? Neem dan contact op met Mark Reitsma via of Annouck de Boer.

Meer lezen?

Lees verder over de GGZ van morgen.

Bekijk alle artikelen
Interview

De GGZ van Morgen: “Op weg naar eenvoud!”

30-08-2021 5 minuten
Lees meer
Interview

“Empowerment professional cruciaal voor duurzaamheid GGZ”

09-09-2021 6 minuten
Lees meer
Interview

GGZ in de toekomst: Mentale kracht versterken via ecosystemen

20-05-2021 5 minuten
Lees meer
Interview

Van behandelen en genezen naar gezondheid en herstel!

05-07-2021 5 minuten
Lees meer