Actueel / Zorg

De langdurige zorg in beweging

08-07-2026 7 minutenSimone Legerstee

Hoe kijken wetenschappers naar de toekomst van de langdurige zorg? Voor dit artikel spraken we met vier hoogleraren over de ontwikkelingen die zij zien in de ouderenzorg en gehandicaptenzorg. Hun inzichten leggen we naast de bevindingen uit ons onderzoek De ouderenzorg van morgen (2021) en actuele ontwikkelingen uit het veld. Samen schetsen zij een beeld van de beweging die nu al zichtbaar is én van de keuzes die organisaties de komende jaren te maken hebben.

In de afgelopen jaren is veel geschreven en gedacht over de toekomst van de langdurige zorg, maar hoe verhoudt dat beeld zich tot de realiteit van nu? In november 2021 publiceerden we het onderzoek ‘De ouderenzorg van morgen’, waarin we onder andere de verschuiving beschreven van zorg in instellingen naar zorg in het dagelijks leven van mensen, met meer nadruk op netwerkzorg, technologie en kwaliteit van leven. Inmiddels zijn we enkele jaren verder en is de vraag relevanter dan ooit: welke ontwikkelingen zijn inmiddels werkelijkheid geworden, wat zien we nu anders en waar moeten we bijsturen?

Daarom willen we onze inzichten uit het onderzoek herijken, verder verrijken met nieuwe perspectieven en verbreden naar de gehandicaptenzorg. In gesprekken over de toekomst van de langdurige zorg ligt de nadruk vaak op ouderenzorg, terwijl de gehandicaptenzorgsector juist veel inzichten te bieden heeft als het gaat over thema’s als reablement, kwaliteit van leven en community care.

Strategische Ronde Tafel voor bestuurders in de langdurige zorg

Tijdens de Ronde Tafel voor bestuurders op 7 en 9 oktober gaan we in gesprek over wat organisaties kunnen loslaten, waar juist op gestuurd moet worden en hoe de beweging van ‘zorgen voor’ naar ‘zorgen met’ concreet vorm krijgt. Denk mee, wissel ervaringen uit met collega-bestuurders en maak samen concreet wat de langdurige zorg van morgen vraagt van organisaties vandaag.

Als kwaliteit van bestaan écht centraal staat, wat stop je dan morgen?

Voor dit artikel spraken we met vier hoogleraren over de belangrijkste ontwikkelingen in de langdurige zorg en de opgave die daaruit voortvloeit. Hun inzichten vulden we aan met input uit het Kwaliteitskompas Gehandicaptenzorg en het congres De toekomst van de ouderenzorg 2026.

We gingen in gesprek met David van Bodegom (bijzonder hoogleraar Vitaliteit in een verouderende populatie), Tineke Abma (hoogleraar ouderenparticipatie), Robbert Huijsman (hoogleraar ouderenzorg en expert op het gebied van integrale en persoonsgerichte zorg) en Jane Murray Cramm (hoogleraar persoonsgerichte zorg voor kwetsbare groepen).

Op basis van deze gesprekken en aanvullende bronnen schetsen we hieronder de belangrijkste bewegingen die de langdurige zorg de komende jaren vormgeven.

Belangrijkste bewegingen in de langdurige zorg

Zorg verschuift van instelling naar leefomgeving

De toekomst van de langdurige zorg speelt zich steeds minder af “in de instelling” en steeds meer in het leven van mensen en hun omgeving. Zowel in de ouderenzorg als de gehandicaptenzorg is een stijging en verzwaring van de begeleiding thuis zichtbaar. David van Bodegom schetst hoe ouderen langer thuis wonen en intramurale zorg daardoor zwaarder en complexer wordt, waardoor het verpleeghuis steeds vaker voelt als een plek voor de laatste levensfase. Tegelijk legt David een ander knelpunt bloot: er is niet alleen een tekort aan handen, maar er wordt ook een drempel gevoeld om hulp te vragen door mensen met een beperking of ouderdomsklachten, terwijl de bereidheid om te helpen er vaak wél is. Zijn antwoord zit in de manier waarop we wonen en samenleven organiseren: “Je moet het zo organiseren dat mensen elkaar vanzelf gaan helpen, bijvoorbeeld via zorgzame buurten, voorzorgcircels en vitality clubs’.”

Deze beweging richting het dagelijks leven van mensen en hun omgeving wordt breder gedragen. Zo laat Tineke Abma zien dat zorg zich ontwikkelt van een medisch systeem naar een sociaal model, waarin het dagelijks leven en menselijke relaties centraal staan en familie, vrijwilligers en buren onderdeel van de oplossing zijn. Ook in de gehandicaptenzorg is deze beweging terug te zien, waar het sociaal netwerk expliciet wordt gezien als integraal onderdeel van goede zorg en ondersteuning. Deze beweging werd ook tijdens het congres onderstreept. Verschillende woonvormen en initiatieven tonen dat ouderen langer zelfstandig blijven, juist doordat de sociale omgeving en onderlinge hulp een grotere rol krijgen.

Jane Murray Cramm trekt deze lijn nog verder door. Zij stelt dat de grootste opgave niet ligt in het organiseren van zorg, maar in het opnieuw organiseren hoe wij met elkaar samenleven. Wanneer we het over innovatie en de toekomst hebben krijgt technologie veel aandacht, maar volgens haar is juist sociale innovatie, dus hoe we samenleven, samenwerken en voor elkaar zorgen, doorslaggevend voor de toekomst van de zorg. Zorg moet minder geïnstitutionaliseerd worden en meer als community gedragen worden.

Van een medisch zorgmodel naar kwaliteit van bestaan

Waar Van Bodegom de beweging richting communities praktisch en concreet maakt, zet Abma er woorden bij die raken aan de kern: de transformatie van een medisch, risico- en protocol gedreven model naar een sociaal model waarin menselijke veerkracht en kwaliteit van leven centraal staan. Ze maakt het tastbaar: als je kwaliteit van leven echt leidend maakt, ga je anders kijken naar wat mensen nog zelf kunnen, en ook naar wie er in een team nodig is.

Naast zorgprofessionals worden ook rollen gericht op welzijn, daginvulling en betekenis belangrijker, zoals ‘blijmakers’. Deze verschuiving sluit aan bij het denken in de gehandicaptenzorg, waar kwaliteit wordt benaderd als ‘kwaliteit van bestaan’ en zorg en ondersteuning bedoeld zijn om die kwaliteit van bestaan mogelijk te maken en te versterken.

Bestuurder Chantal Beks (Careyn) maakte deze verschuiving ook concreet tijdens haar bijdrage op het congres ‘De toekomst van de ouderenzorg’. Zij gaf aan dat de langdurige zorg historisch is ingericht op ongeveer twee uur zorg per dag, waarin de verpleegkundige en verzorgende taken nodig zijn. Terwijl het merendeel van het leven, de overige 22 uur, draait om welzijn, aandacht en sociale interactie. Daarmee wordt zichtbaar dat juist in die ‘niet-zorguren’ de grootste bijdrage aan kwaliteit van leven ligt.

Deze constatering maakt de opgave concreet: niet méér zorg organiseren, maar de overige uren anders inrichten, met meer aandacht voor leefondersteuning, het netwerk en een betekenisvolle daginvulling. Tegelijk voegt Cramm hier een belangrijke nuance aan toe: voor de meest kwetsbare groepen is het niet realistisch om te blijven spreken in termen van zelfredzaamheid of reablement. Volgens haar vraagt de toekomst juist om samenredzaamheid, waarbij ondersteuning meer gezamenlijk wordt georganiseerd.

De spanning tussen systeem en leefwereld

Abma ziet dat juist op dit punt een spanning ontstaat tussen de gewenste beweging in de zorg en de manier waarop het systeem is ingericht: waar leefplezier, community en eigen regie centraal komen te staan, blijven bestaande systemen nog sterk leunen op oude reflexen. Ze ziet dat toezichthouders en systeempartijen de richting vaak wel omarmen, maar dat de verantwoordingssystemen nog sterk zijn geënt op het medische model. Organisaties ervaren dat ze nog steeds afgerekend worden op administratieve en meetbare zekerheden (is het zorgplan goed ingevuld? Is de medicatie voldoende gecheckt?), waardoor het oude kader dominant blijft. Haar pleidooi is daarom niet alleen inhoudelijk, maar ook systemisch: verantwoorden moet meer narratief en horizontaler worden.

Het kwaliteitskompas gehandicaptenzorg onderstreept deze beweging: waar eerdere kaders sterk gericht waren op meten en verantwoorden, ligt de nadruk nu juist op leren, reflecteren en verbeteren, met ruimte om af te wijken van standaardisering wanneer dat beter aansluit bij de praktijk. Tijdens het congres “Toekomst van de ouderenzorg” werd dit spanningsveld herkend door de deelnemers, onder andere in de discussie over nieuwe zorgvormen zoals Volledig Pakket Thuis (VPT) en Modulair Pakket Thuis (MPT) en extramurale inzet van expertise, waarbij bestaande bekostiging en verantwoordingssystemen nog onvoldoende aansluiten bij de gewenste beweging.

Cramm maakt die systeemspanning nog concreter door te wijzen op bureaucratie en financieringsstromen die samenwerking tussen zorgpartijen en lokale initiatieven belemmeren. Zij pleit daarom nadrukkelijk voor meer vertrouwen en aandacht voor leren en verbeteren op basis van een kleiner aantal betekenisvolle indicatoren, in plaats van een overvloed aan protocollen en registraties.

Langdurige zorg als maatschappelijk vraagstuk

Huijsman verbreedt het perspectief door te stellen dat langdurige zorg niet alleen een zorgvraagstuk is, maar een maatschappelijk vraagstuk dat doorwerkt in allerlei sectoren. Hij verwijst naar het ‘rimpel-effect’ waarbij de maatschappelijke effecten van het ‘langer thuis-beleid’ vele malen groter en duurder zijn dan de besparingen die we daarmee in de zorg realiseren. Marktdenken en individualisering zijn volgens hem te ver doorgeslagen en bij veel ziektebeelden liggen oorzaken en oplossingen óók buiten het individu. Dat vraagt om systeemverantwoordelijkheid én samenwerking over domeinen heen: van gemeenten en woningcorporaties tot welzijn en zorg, omdat we het niet meer apart in onze hokjes kunnen oplossen. Ook op het congres “Toekomst van de Ouderenzorg” werd benadrukt dat niet elke ondersteuningsvraag een zorgantwoord hoeft te hebben, maar juist vraagt om een bredere maatschappelijke benadering, waarin sociale cohesie, wonen en preventie een grotere rol spelen.

Cramm sluit hier direct op aan en benadrukt dat veel ondersteuningsvragen in de praktijk niet-medisch van aard zijn en dat professionals daarom vaker moeten kunnen schakelen naar welzijn, sociale ondersteuning of andere vormen van hulp. Dat maakt ook begrijpelijk waarom de beweging richting ‘langer thuis’ mogelijk sneller gaat dan eerder werd voorspeld. Er ontstaat nu leegstand in verpleeghuizen, mede doordat mensen langer thuis blijven wonen met behulp van technologie, informele netwerken en bredere maatschappelijke ondersteuning. Dat roept fundamentele vragen op over de toekomstbestendigheid van traditionele verpleeghuisconcepten en investeringen in zorgvastgoed.

Van zorgen voor naar zorgen met

Samen laten de vier hoogleraren zien dat de beweging naar een andere langdurige zorg al volop gaande is. In de praktijk ontstaan nieuwe vormen van samenleven, gaat de focus naar kwaliteit van leven en groeit het besef dat zorg een gezamenlijke verantwoordelijkheid is. Ook in de gehandicaptenzorg is dit zichtbaar, waar expliciet wordt gesproken over een verschuiving van ‘zorgen voor’ naar ‘zorgen met’, waarin gelijkwaardigheid, samenwerking en continu leren centraal staan.

Tegelijk vraagt deze ontwikkeling om scherpe en consistente keuzes: niet alleen in wat anders georganiseerd wordt, maar juist ook in wat niet langer passend is en daarom losgelaten moet worden. Zoals Huijsman benadrukt, betekent veranderen niet alleen iets nieuws toevoegen, maar ook bewust stoppen met wat niet meer werkt. Zolang organisaties blijven stapelen in processen, regels en verantwoordelijkheden, ontstaat extra druk en administratieve belasting, wat de beweging vertraagt. Dat maakt ook het belang van samenwerking over domeinen heen duidelijk. Op niet elk vraagstuk is zorg het best passende antwoord. In de verbinding met wonen, welzijn, kunst en cultuur, en de sociale omgeving liggen kansen om ondersteuning slimmer, duurzamer en meer in samenhang te organiseren.
Juist door deze inzichten te verbinden, ontstaat een richting die verder gaat dan losse initiatieven: een langdurige zorg waarin menselijkheid, samenwerking en context het vertrekpunt vormen.

De toekomst van langdurige zorg: verschillen met het onderzoek uit 2021

Waar ons onderzoek uit 2021 vooral vooruitblikte vanuit thema’s en verwachte ontwikkelingen zoals meer zorg thuis, technologische ondersteuning, eigen regie en netwerkzorg, laten de recente inzichten van Van Bodegom, Abma, Huijsman en Cramm zien dat deze beweging inmiddels niet meer alleen een toekomstbeeld is, maar steeds concreter en al gaande is in de praktijk. Tegelijkertijd verschuift de nadruk: waar het onderzoek uit 2021 sterk focust op oplossingen zoals innovatie, organisatievormen en efficiëntie, leggen deze experts meer nadruk op sociale innovatie, het leven van mensen als vertrekpunt, gemeenschap en de spanning tussen systeem en leefwereld. Thema’s als kwaliteit van leven, eigen regie en preventie waren al duidelijk aanwezig in het eerdere onderzoek, maar krijgen nu een diepere lading: niet als beleidsdoel, maar als fundamenteel vertrekpunt. Daarmee wordt ook een verschil zichtbaar in urgentie en toon. Waar destijds wordt gesproken over noodzakelijke verandering en actielijnen, benadrukken de experts nu dat de grootste uitdaging niet langer zit in het bedenken van de juiste richting, maar in het daadwerkelijk doorbreken van bestaande structuren, financiering en reflexen die deze beweging nog in de weg staan.

Vervolg

De richting van deze beweging wordt steeds scherper, en daarmee groeit ook de opgave om deze te vertalen naar de dagelijkse praktijk van organisaties. De uitdaging ligt in het concreet maken van wat het betekent om kwaliteit van bestaan echt centraal te stellen, hoe de ‘niet-zorguren’ anders ingericht kunnen worden en wat dit vraagt van professionals, teams en sturing. Daarnaast vraagt deze beweging om vormen van verantwoording die meer uitgaan van vertrouwen, verhalen en dialoog: een ontwikkeling die organisaties meer ruimte kan geven voor menswaardige zorg. Juist in die vertaalslag ligt de volgende stap.

Strategische Ronde Tafel voor bestuurders in de langdurige zorg

De beweging in de langdurige zorg is zichtbaar: meer aandacht voor kwaliteit van bestaan, meer samenredzaamheid en een grotere rol voor het dagelijks leven van mensen en hun omgeving. De vraag is inmiddels niet meer óf deze verandering plaatsvindt, maar wat zij vraagt van organisaties in de praktijk. Tijdens deze bestuurderssessie onderzoeken we welke keuzes nodig zijn om deze ontwikkeling daadwerkelijk mogelijk te maken. We gaan op woensdag 7 oktober en vrijdag 9 oktober in gesprek over wat organisaties kunnen loslaten, waar juist op gestuurd moet worden en hoe de beweging van ‘zorgen voor’ naar ‘zorgen met’ concreet vorm krijgt.

Denk mee, wissel ervaringen uit met collega-bestuurders en maak samen concreet wat de langdurige zorg van morgen vraagt van organisaties vandaag. Meld je nu aan!

  • Wanneer: Woensdag 7 oktober 15.00-17.00u of vrijdag 9 oktober 14.00-16.00u. 
  • Waar: Omgeving Utrecht.


Onderzoek naar inzichten zorgprofessionals

De komende periode halen wij actief inzichten op bij zorgprofessionals. Via een enquête onderzoeken we wat zij nodig hebben om anders te kunnen werken, waar zij in de praktijk tegenaan lopen en wat hen helpt om deze beweging vorm te geven. Ben je werkzaam in een ouderenzorg of gehandicaptenzorg en wil je jouw ervaringen delen? Vul dan deze enquête in!

Vul de enquête in

Meer weten?

Heb je vragen naar aanleiding van dit artikel? Neem dan contact met ons op.

Meer lezen?

Lees meer over de zorg van morgen.

Bekijk alle artikelen
Onderzoek en publicatie

Visiestuk: Niet méér digitaal. Wel meer samenhang.

23-06-2026 < 1 minuut
Lees meer
Artikel

Strategievorming en executie die de organisatie verder brengt

11-06-2026 3 minuten
Lees meer
Interview

Waarom de beste oplossingen vaak buiten de jeugdhulp liggen

02-06-2026 3 minuten
Lees meer
Interview

Bestuurders Meander MC en OLVG: ‘Verandering is pijnlijk en dat moet je zeggen’

12-05-2026 < 1 minuut
Lees meer