Actueel / Zorg

Waarom de beste oplossingen vaak buiten de jeugdhulp liggen

02-06-2026 3 minutenMarije Overbeek

Chantal van Liefland, Regioadviseur Platform Sociaal Domein.

Hoe staat het met de ontwikkelingen en uitdagingen binnen de jeugdhulp? Marije Overbeek sprak met Chantal van Liefland, Regioadviseur Platform Sociaal Domein, over de visie van Chantal op de jeugdhulp. 

Dit interview maakt deel uit van de interviewreeks ‘De Jeugdzorg van Morgen’, waarin we stakeholders in de jeugdzorg spreken over de ontwikkelingen en uitdagingen voor de komende jaren. Met deze interviews brengen we inzichten en inspiratie als voeding voor vooruitgangskracht in de jeugdzorg.

“We moeten durven organiseren wat kinderen écht nodig hebben”

Hoe ziet jeugdhulp eruit als we niet langer redeneren vanuit systemen, maar vanuit gezinnen? Volgens Chantal van Liefland, regioadviseur bij het Platform Sociaal Domein, is dat dé vraag die we ons de komende jaren veel vaker moeten stellen. Na 25 jaar werken binnen gemeenten en jeugdhulp zag zij de sector veranderen, soms de goede kant op, vaak ook niet.

Maar bovenal ziet ze een beweging ontstaan die haar hoopvol maakt: “De mooiste oplossingen liggen vaak buiten de jeugdhulp zelf. Die beweging raakt alle lagen van het stelsel: van het versterken van de sociale basis en stevige lokale teams, meer collectieve aanpakken en oplossingen buiten de jeugdhulp, tot aan een andere manier van kijken naar specialistische zorg, inclusief de noodzakelijke paradigmashift rondom gesloten jeugdhulp.

Want juist wanneer we hulp rondom gezinnen organiseren, blijft hoogwaardige en passende jeugdhulp onmisbaar voor de kinderen en jongeren die het écht nodig hebben.”

Van stelsel naar samenleving

Chantal ziet dagelijks wat er goed gaat, maar ook wat vastloopt. Het begint volgens haar bij een fundamentele misvatting: dat jeugdhulp de plek is waar alle problemen opgelost zouden moeten worden.

“Eén op de zeven kinderen krijgt jeugdhulp. Dat is niet normaal. Veel vraagstukken horen bij het leven en zouden binnen de school, buurt of het eigen netwerk een plek moeten vinden. We individualiseren te veel: ieder probleem wordt gekoppeld aan een individueel product, terwijl gezinnen vaak iets anders nodig hebben.”

Ze vertelt over gezinnen die vastlopen omdat een stukje huishoudelijke hulp niet past binnen de Wmo‑verordening, terwijl het precies is wat het gezin nodig heeft om overeind te blijven. “Het systeem zegt: dit mag niet. Maar niemand vraagt: waarom eigenlijk niet?”

Kleine oplossingen, grote impact

Tussen de ingewikkelde thema’s door deelt Chantal voorbeelden die laten zien hoe klein het verschil soms kan zijn.

Zoals de schooldirecteur die tijdens een crisis meekijkt, een passende activiteit regelt voor een kwetsbaar gezin en beschikbaar blijft in de vakantie. “Dat voorkwam misschien een uithuisplaatsing. Alleen al het idee dat er iemand is die je kunt bellen, geeft rust.”

Of de gemeente die een vader tijdelijk een hotelovernachting gaf om een crisis thuis te voorkomen. Geen standaardproduct, geen vaste regeling, maar wel precies wat nodig was.

“Het draait om creativiteit en lef. Niet alles hoeft in een productcode te passen.”

Complexe hulp vraagt om een andere schaal

Het huidige stelsel werkt decentraal, maar sommige opgaven kunnen niet alleen binnen één gemeente worden opgelost, zowel qua complexiteit als financiële verantwoordelijkheid.

“Voor de meest kwetsbare kinderen, dat zijn jongeren met zware gedragsproblemen of complexe gezinssituaties, heb je schaal nodig. Een regio kan dat niet alleen. Daar is bovenregionale organisatie voor nodig, inclusief beschikbaarheidsfinanciering en gezamenlijke verantwoordelijkheid.”

Chantal verwijst naar de ontwikkeling van kleinschalige woonvoorzieningen als alternatief voor gesloten jeugdzorg. In Noord‑Holland zijn er inmiddels negentien, maar voor sommige doelgroepen nog steeds te weinig.

“Als één kind uitstroomt, keldert bij zo’n kleine locatie meteen 25% van de inkomsten. Dat laat zien hoe kwetsbaar het systeem is. Je moet beschikbaarheid organiseren, net als bij een brandweer: je betaalt voor paraatheid, niet voor vulling.”

Thuis voor Noordje

Thuis voor Noordje – Bovenregionaal Expertisenetwerk Jeugd Noord-Holland laat zien hoe een brede samenwerking in de praktijk werkt: vanuit leidende principes zoals kinderen zoveel mogelijk thuis laten opgroeien, niet doorverwijzen maar de juiste hulp erbij halen en altijd beginnen met oordeelloos luisteren.

De rol van de regioadviseur: verbinden, vertalen en versnellen

Chantal: “Mijn werk gaat van visie tot uitvoering. Soms help je bij complexe inkoopvraagstukken, soms bij een concrete casus waarin afdelingen of wetten botsen. Ik verbind regiovragen, deel voorbeelden, en zorg dat we leren van wat al werkt. Regio’s hoeven niet allemaal zelf het wiel uit te vinden.”

Ze ziet ook de waarde van het landelijke netwerk: “Als ik hoor dat iets in Groningen lukt, en in Noord‑Holland zegt een gemeente ‘dit kan niet’, dan kan ik laten zien dat het wél kan. We delen praktijkvoorbeelden, geen ‘best practices’, want elke regio heeft zijn eigen context.”

Toekomst van de jeugdhulp: minder producten, meer principes

Als Chantal vooruitkijkt, ziet ze een heldere richting:

  • Meer regionaal samenwerken
  • Kijk naar het hele gezin, niet enkel naar het kind
  • Werken vanuit vertrouwen
  • Meer normaliseren, niet alles valt onder de jeugdzorg, durf ‘nee’ te zeggen
  • Meer samenwerking tussen onderwijs, jeugdhulp en Wmo
  • Meer standaardisatie (“met lego kun je alles bouwen”)

Ze waarschuwt voor de risico’s van het verkleinen van de reikwijdte van de Jeugdwet: “Je kunt wel minder kinderen in de specialistische jeugdhulp krijgen door de definitie nauwer te maken, maar daarmee is het probleem niet opgelost. Je moet tegelijk investeren aan de voorkant.”

En toch blijft ze optimistisch:

“Elke verandering begint bij mensen die geloven dat het anders moet. Je ziet dat steeds meer. En als één bestuurder, leerkracht of professional geraakt wordt door een verhaal van een jongere, dan begint daar de beweging.”

“Willen is kunnen – maar dan wel samen”

Aan het einde van het gesprek komt ze terug op een spreuk van haar opa: willen is kunnen.

“Natuurlijk kan niet alles. Maar we laten ons veel te vaak beperken door systemen. We kunnen vaak veel meer dan we denken, als we het samen doen en elkaar vertrouwen.”

De jeugdhulp van morgen vraagt geen nóg complexer stelsel, maar een andere manier van kijken. Dichtbij gezinnen, met lef, vertrouwen en vakmanschap.

 

Meer weten?

Wil je verder praten naar aanleiding van dit interview? Neem dan contact op met Marije Overbeek.

Meer lezen?

Lees meer over de ontwikkelingen in de jeugdhulp.

Bekijk alle artikelen
Interview

We moeten terug naar vertrouwen en eenvoud

07-10-2025 3 minuten
Lees meer
Interview

Anders denken, anders handelen

17-11-2025 3 minuten
Lees meer
Interview

Ga op de bank zitten bij gezinnen

05-08-2025 3 minuten
Lees meer
Interview

We moeten fundamenteel anders durven denken

22-07-2025 3 minuten
Lees meer