Actueel / Zorg

De jeugdhulp verandert al, nu het systeem nog!

28-09-2026 4 minutenMarije Overbeek

De jeugdhulp staat op een kantelpunt. Niet omdat professionals niet weten wat nodig is, maar omdat het systeem nog onvoldoende meebeweegt met de breed gedragen ambitie om beter aan te sluiten bij kinderen en jongeren en bij de ontwikkelingen in de samenleving.

Zoals Stéphanie Kwakman, voormalig directeur zorgontwikkeling en Innovatie bij Enver het verwoordt: “We weten door in gesprek te gaan met kinderen, jongeren en gezinnen vaak best wat er nodig is, maar het lukt niet altijd om dat ook zo te organiseren.”

Over Enver

Enver is een jeugdhulporganisatie die ondersteuning biedt aan kinderen, jongeren en gezinnen bij opgroei- en opvoedvragen, vaak in complexe situaties. De organisatie is in de afgelopen jaren sterk gegroeid door fusies en werkt in haar werkgebied samen met verschillende partners, over de diverse domeinen heen, zoals wijkteams, onderwijs, GGZ en LVB. Juist die groei en samenwerking brengen nieuwe vraagstukken met zich mee: hoe behoud je samenhang, kwaliteit en een gedeelde werkwijze, terwijl de zorgvraag complexer wordt, de middelen onder druk staan en er sprake is van structurele personeelstekorten? Enver werkt daarom aan een stevige interne basis, met meer aandacht voor professionalisering, leiderschap, zorgkwaliteit en samenwerking zodat cliënten en hun netwerk beter geholpen kunnen worden en medewerkers beter ondersteund worden om die hulp te kunnen bieden.

Van crisis naar herbezinning

Bij Enver vormde een ingrijpende gebeurtenis een belangrijke aanleiding voor reflectie waarin de interne kwaliteit, de bedrijfsvoering en de samenwerking met ketenpartners opnieuw tegen het licht gehouden werd: een calamiteit in de pleegzorg en daaropvolgend verscherpt toezicht van de inspectie. Dat leidde tot een brede interne beweging. Niet alleen gericht op kwaliteit, maar ook op professionalisering van de organisatie.

“We zijn systematischer gaan werken, met meer aandacht voor data, innovatie en projectmatig werken om daarmee aantoonbaar tot verbeteringen te komen, die ook echt door cliënten en medewerkers zo worden ervaren”, vertelt Stéphanie.

Wat hier zichtbaar wordt, is herkenbaar voor veel organisaties in de jeugdhulp: de stap van betrokken vakmanschap naar professionele organisatiekracht. Niet ter vervanging van het hart voor de cliënt, maar als noodzakelijke aanvulling. Het beter verbinden van de leefwereld, waar cliënten en professionals elkaar ontmoeten, met de systeemwereld van regels en verantwoordingseisen. Met als uitgangspunt dat de leefwereld leidend is en de bureaucratie zoveel mogelijk wordt teruggebracht.

Eén organisatie, of honderd kleine eilandjes

Net als Enver herkennen veel organisaties de spanning die ontstaat na groei en fusies. Er ontstaat versnippering: teams met verschillende werkwijzen, culturen en identiteiten.

De beweging die nu binnen Enver wordt ingezet is helder: meer uniformiteit en samenwerking binnen de organisatie. “We willen één Enver worden, zodat het voor cliënten die beroep doen op een bepaalde zorgvorm niet uitmaakt waar ze binnenkomen met hun vraag. En voor verwijzers en ketenpartners dat het helder is wat ze kunnen verwachten.” Dat betekent niet dat alles overal hetzelfde wordt, maar wel dat er een gedeelde basis ontstaat.

De echte uitdaging: verbinden van werelden

Met een interne organisatieverandering alleen kun je de jeugdzorg niet verbeteren. De grootste opgave ligt daarbuiten. Kinderen en jongeren maken deel uit van verschillende werelden. Een probleem van een jongere staat nooit op zichzelf. En de oplossing dus ook niet. Je moet altijd naar het systeem eromheen kijken. Daarbij is jeugdhulp altijd maar tijdelijk betrokken en beschikbaar. Dat vraagt om een integrale en duurzame benadering waarin domein overstijgend met jongeren en gezinnen kan worden samengewerkt en er heldere regie wordt gevoerd. Zoveel mogelijk door jongeren zelf, samen met de voor hen belangrijke mensen. Het systeem is daar echter nog niet op ingericht.

Volgens Stéphanie zit daar een fundamentele spanning: “We willen nieuwe samenwerkingen ontwikkelen en versterken, maar aanbestedingen en gescheiden financiering- en verantwoordingsregels dragen het risico in zich dat we juist tegenover elkaar komen te staan.”

Ook praktische belemmeringen spelen een rol, zoals systemen die niet op elkaar aansluiten of verschillende eisen rondom privacy. “Je wilt het voor jongeren en gezinnen eenvoudiger maken, ook als ze met meerdere organisaties te maken hebben. Maar in de uitvoering blijkt dat vaak lastig, omdat alles zo versnipperd en complex is georganiseerd.”

De sleutel ligt dichter bij de cliënt

“Binnen Enver, maar ook binnen veel andere organisaties zien we daarnaast een beweging terug naar de kern”, vervolgt ze. “Wat heeft een kind of jongere écht nodig? Wat willen ze zelf? Kortom: hoe luisteren we beter naar het kind en de mensen om het kind heen. Belangrijke vraag aan kinderen en jongeren is: wie is er belangrijk voor jou? Opdracht aan ons als professionals is hoe we deze informele hulpbronnen beter kunnen benutten. Zowel informele netwerken en het inzetten van ervaringsdeskundigen spelen een steeds grotere rol en we ervaren daar positieve effecten van.”

Een krachtig voorbeeld is de inzet van een zelfgekozen mentor uit de omgeving van de jongere, zoals bij JIM (Jouw Ingebrachte Mentor). “Die persoon kent de jongere echt en kan helpen vertalen wat er speelt. Dat is iets wat wij als professionals niet altijd kunnen. Ook zien we hoe ervaringsdeskundigen, die naast jongeren kunnen staan omdat zij vergelijkbare ervaringen hebben, vaak beter kunnen aansluiten bij hun leefwereld (ExpEx) waardoor ze meer open staan voor hulp.”

De beweging is duidelijk: minder vanuit systemen, meer vanuit relaties en mensgericht.

Het systeem blijft achter

Toch schuurt het. Want waar de inhoud vooruitgaat, blijft het systeem vaak achter. De uitvoering van de Hervormingsagenda wordt nu eindelijk krachtig opgepakt. Ook de proeftuinen van het Toekomstscenario jeugd- en gezinsbescherming dragen beloften in zich. Hopelijk leidt dit de komende jaren daadwerkelijk tot een vereenvoudigde en effectievere jeugdhulp, die ook nog beheersbaar blijft. “De oplossing ligt echter niet in weer een nieuw stelsel.”

Volgens Stéphanie is er vooral behoefte aan ruimte en vertrouwen: “We hebben meer experimenteerruimte nodig. Het hoeft niet meteen perfect, je moet vanuit een lerende houding kunnen uitproberen wat werkt en blij zijn met kleine stapjes vooruit.”

Ook de korte termijn van financiering werkt belemmerend. “Je kunt geen echte verandering realiseren als je telkens in losse projecten werkt die tijdelijk zijn. Het heeft tijd nodig om tot bloei te komen.”

Die tijd ontbreekt nu te vaak.

De toekomst vraagt om lef en geduld

De richting voor de komende jaren is volgens Stéphanie helder. Zoveel mogelijk terugbrengen van uithuisplaatsing en waar nodig alleen in kleinschalige groepen en integrale teams. “Verschillende expertises in één team, rondom jongere en gezin, met een combinatie van formele en informele hulp.”

Ook ziet ze een grotere rol voor preventie en vroegtijdig ingrijpen: “Zogenaamde zware hulp aan de voorkant inzetten, juist om te voorkomen dat problemen escaleren. En daarbij breed kijken naar alle ontwikkeldomeinen.”

Maar misschien wel haar belangrijkste boodschap zit in iets anders: vasthouden.
“We stoppen te snel met dingen als het niet meteen lukt. Verandering kost tijd.”

Ook wijst Stéphanie op een minder zichtbare, maar belangrijke uitdaging: de druk op medewerkers. “Mensen werken hier met hun hart en gaan er vol voor. Maar dat is ook hun valkuil.” De combinatie van hoge caseload, complexe situaties en bureaucratie maakt het werk zwaar. Juist daarom is effectieve ondersteuning en het bieden van ontwikkelmogelijkheden voor professionals essentieel.

Wat is er nodig?

Als we de jeugdhulp echt anders willen organiseren, vraagt dat om drie dingen:

  1. Ruimte om te experimenteren
    Niet alles hoeft in één keer perfect. Neem kleine stapjes. Begin, leer en verbeter.
  2. Langetermijncommitment
    Geen losse projecten, maar structurele samenwerkingen en stabiele financiering.
  3. Verbinden van informele met formele hulp
    Niet georganiseerd vanuit systemen, maar vanuit de cliënt.

Tot slot

De beweging is al ingezet. Organisaties werken aan interne versterking, zoeken elkaar op en experimenteren met nieuwe vormen van ondersteuning. Er wordt veel meer ingezet op zo thuis mogelijke hulp.

Maar zoals Stéphanie het treffend samenvat: “We zijn al aan het veranderen, maar het systeem moet nog mee.” De echte doorbraak ligt niet in nieuwe plannen, maar in het creëren van ruimte om te doen wat nodig is. Voor de cliënt. Voor de professional. En voor de toekomst van de jeugdhulp.

Dit interview maakt deel uit van de interviewreeks ‘De Jeugdzorg van Morgen’, waarin we stakeholders in de jeugdzorg spreken over de ontwikkelingen en uitdagingen voor de komende jaren. Met deze interviews brengen we inzichten en inspiratie als voeding voor vooruitgangskracht in de jeugdzorg.

Meer weten?

Wil je verder praten naar aanleiding van dit interview? Neem dan contact op met Marije Overbeek.

Meer lezen?

Lees meer over de ontwikkelingen in de jeugdhulp.

Bekijk alle artikelen
Interview

Oog voor thuis: samen bouwen aan een nieuwe realiteit in de jeugdhulp

07-04-2026 3 minuten
Lees meer
Interview

Waarom de beste oplossingen vaak buiten de jeugdhulp liggen

02-06-2026 3 minuten
Lees meer
Interview

We moeten fundamenteel anders durven denken

22-07-2025 3 minuten
Lees meer
Interview

We moeten terug naar vertrouwen en eenvoud

07-10-2025 3 minuten
Lees meer
Interview

Anders denken, anders handelen

17-11-2025 3 minuten
Lees meer