Deze website maakt gebruik van cookies melding sluiten
Zorg

De oplossing ligt soms een deur verder

Regionalisering met eerstelijnszorg om zorginfarct te voorkomen

De eerstelijnszorg is volop in verandering maar nog steeds versnipperd. Tegelijk is die sector onontbeerlijk bij de transformatie van de zorg. Nieuwe regionale eerstelijnszorgorganisaties bieden kansen én uitdagingen. Hoe bouwen we aan een sterke samenwerking tussen eerstelijnszorg, tweedelijnszorg en sociaal domein in de regio? 

Huisarts als baken

Voor veel mensen is de huisarts de medisch professional waar ze het meeste vertrouwen in hebben. Ze vertrouwen hem of haar al jaren, de praktijk is dichtbij en laagdrempelig. Maar de huisarts zorgt al lang niet meer alléén in de eerstelijnszorg. De sector is namelijk behoorlijk veranderd. Praktijkondersteuners, ketenzorgprogramma’s voor chronisch zieken, wijksamenwerkingsverbanden met fysiotherapeuten en apothekers, praktijkmanagement, keteninformatiesystemen, eHealth en ga zo maar door. Steeds meer eerstelijnszorg professionals en organisaties zijn met elkaar gaan samenwerken in de regio. Organisaties in de eerstelijnszorg zien er tegenwoordig dan ook anders uit dan pakweg een decennium geleden.
 
Overlegtijd om tot samenwerkingsafspraken te komen drukt op de tijd voor patiënten in de wachtkamer van de huisarts, maar is toch hard nodig. Want goede zorg doen we sámen (Kernwaarden huisartsenzorg 2019) en met de patiënt centraal. Doordat het vertrouwen zo groot is in huisartsen én doordat steeds meer kwetsbare groepen langer thuis wonen, komen huisartsen om in het werk. Terwijl transformatie van de zorg (ook) in die sector noodzakelijk is. Vele projecten rondom ‘De juiste zorg op de juiste plek’ zijn al gaande met en door eerstelijnszorgorganisaties.

Zorglandschap onomkeerbaar veranderd

Van oudsher werken organisaties in de huisartsenzorg samen met ziekenhuizen, maatschappelijk werkers, welzijns- en vrijwilligersorganisaties. Als je vanuit een huisartsenpraktijk naar buiten kijkt, dan zijn er de afgelopen jaren vele partijen bijgekomen waarmee ze (kunnen) samenwerken: gemeenten, sociale wijkteams, Veilig Thuis, Zorg- en Veiligheidshuizen, diverse specialistische en netwerkorganisaties, etc. 
 
Het speelveld is vele malen groter geworden. Voor sommige huisartsenorganisaties is er nog nauwelijks tijd en ruimte geweest om goede banden te smeden met deze nieuwe organisaties. Ook al zit de welzijnsorganisatie om de hoek of het Centrum Jeugd & Gezin slechts één deur verder. Zo kan het zijn dat een huisarts zich nog steeds afvraagt wanneer een wijkteam van meerwaarde is, bijvoorbeeld bij bepaalde combinaties van sociale problemen zoals schulden, dreigende huisuitzetting en kinderen met gedragsproblemen.

Diffuus en complex

Laat duizend bloemen bloeien, zo is het ook in de eerstelijnszorg. Er is een enorme versnippering in het zorgaanbod in de eerstelijn, wat enerzijds goed is voor de inwoners want er is heel veel keuze. Anderzijds is het erg lastig om met deze partijen allemaal afspraken te maken – zowel landelijk als in de regio - over hoe we de zorg samen goed organiseren. Met standaardafspraken, bijvoorbeeld over wanneer door te verwijzen, over de kwaliteit van de screening in de eerstelijnszorg, maar ook hoe we met elkaar kostenefficiënt de goede zorg inrichten. 
 
Door versnippering is er een diffuse ontwikkeling van al die partijen in de eerstelijnszorg: er zijn sterke verschillen in de mate van professionalisering van de bedrijfsvoering van de praktijk en van de samenwerking met tweedelijn en sociaal domein. Elke ‘kruidenier’ doet dit op eigen wijze. Soms zijn er in regio’s grotere zorggroepen of koepels in de eerstelijnszorg die hierin het voortouw nemen. Anderzijds zijn in Rotterdam circa 200 van de ruim 300 huisartsen nog solo of duo praktijken. Hoe organiseer je dan eenduidige afspraken met ketenpartners zoals wijkteams en ziekenhuizen? En hoe vind je in het oerwoud van zorgnetwerken de juiste partij om tot integrale afspraken te komen voor kwetsbare groepen?

Brug nodig tussen sociaal en medisch domein

De zorgverzekeraar met het grootste marktaandeel in de regio maakt de inkoopafspraken met de eerstelijnszorg in dat gebied; de andere zorgverzekeraars volgen deze afspraken. Tot zover lijkt het eenvoudig. Maar de eerstelijnszorg en tweedelijnszorg in ziekenhuizen (medisch domein) zijn communicerende vaten. Zo bleek bijvoorbeeld bij het té succesvolle eerstelijnszorg project in Boxmeer, dat door de zorgverzekeraar is stopgezet zodat de inkomstenderving bij nabijgelegen ziekenhuis niet tot verdere problemen in bedrijfsvoering zou leiden.
 
De verschillende domeinen van de zorg lijken ogenschijnlijk los van elkaar. Tegelijk zijn de verschillen ertussen niet te onderschatten. De interne dynamiek van de eerstelijnszorg in een regio is niet te vergelijken met de dynamiek tussen ziekenhuizen, dan wel de organisatie van de Wet maatschappelijke ondersteuning of de Wet verplichte GGZ bij gemeenten. Bestuurlijke samenwerking met regiogemeenten is eveneens soms uitdagend. 
 
Ondanks de verschillen hebben het sociale en het medisch domein elkaar nodig; systemen van bestuurlijke governance, financiering en werkprocessen liggen dichter bij elkaar én hebben impact op elkaar.

O&I financiering in eerstelijnszorg als kans en bedreiging

Door de komst van de Organisatie en Infrastructuur financiering (O&I) in de eerstelijnszorg zijn er mogelijkheden gekomen voor praktijkmanagement (praktijkvoering en samenwerken in de wijk) en regiomanagement (samenwerking in de regio). In elke regio speelt momenteel de invoering van deze O&I financiering op een eigen wijze, doordat de inkopende zorgverzekeraar in de regio hierover de scepter zwaait. Bijvoorbeeld door effectief beleid van Zorg en Zekerheid is in Amstelland vrijwel elke huisartsenpraktijk aangesloten bij een Wijksamenwerkingsverband; deze verbanden werken weer samen in de regio-organisatie voor eerstelijnszorg in Amstelland.
 
‘Komt er dan geld bij?’, hoor ik je denken. Het komt vooral neer op een herallocatie van bestaande geldstromen, waardoor juist de grote zorggroepen (of geïntegreerde eerstelijnszorg instellingen, GEZ) het lastiger gaan krijgen om hun bedrijfsvoering toekomstbestendig te maken én houden. Onderaan de streep houden zij minder over. De regio-organisatie in de eerstelijnszorg komt erbij en gaat taken voor de partijen oppakken, zoals strategische samenwerking met gemeenten. Terwijl die grotere zorggroepen nu juist belangrijke samenwerkingspartijen zijn van ziekenhuizen en reeds een vertrouwensrelatie hebben opgebouwd. De regio-organisatie is nieuw, en onbekend maakt vaak onbemind.
 
De problemen in de ouderenzorg en in de GGZ zijn misschien wel het meest urgent voor een gezamenlijke regionale aanpak. Het is geen optie om te wachten tot een zorginfarct.

Wat is er nodig om samenwerking in de regio te versterken?

  1. Gezamenlijke regionale plannen: Betrek de koepels, zorggroepen én regio-organisaties in eerstelijnszorg bij plannen omtrent regionalisering van de zorg. Bied ruimte voor de interne dynamiek en het pluriforme karakter van de eerstelijnszorgsector bij de ontwikkeling van samenwerkingsafspraken en verdere transformatie. Benut de O&I financiering optimaal voor regionale samenwerking. 
  2. Bindende afspraken voor integrale zorg: Een gezamenlijke toekomstgerichte blik op de regio versterkt de onderlinge afhankelijkheid. Een neutraal regiobeeld op basis van cijfers kan daarin leiden tot gezamenlijke prioritering van opgaven. Het probleem van de één kan opgelost worden door de ander - óf verder verergeren. Ga liever per regio bindende afspraken aan voor intensieve samenwerking dan per domein. Met integrale zorg dichtbij tussen de domeinen zijn mensen beter geholpen.
  3. Schaalvergroting door de juiste prikkels van zorgverzekeraars: De versnippering in de eerstelijnszorg kan alleen via de juiste prikkels van zorgverzekeraars afnemen. De vraag is of die hoge mate van pluriformiteit in het eerstelijns zorgaanbod nog houdbaar is, gezien de uitdagingen die er zijn in de zorg in Nederland en de roep om regionalisering bij het aanpakken van de knelpunten in de zorg.

Sterke regionale keten

Een goed georganiseerde eerstelijnszorg is dus onontbeerlijk bij regionale samenwerking, zowel voor opgaven in de tweedelijnszorg (beperking groei ziekenhuiszorg) als in het sociaal domein (zoals langer thuis wonen). Door het versnipperde en diffuse karakter van die sector, kan het erg ingewikkeld én tijdrovend zijn om goede integrale afspraken te maken in de regio. Maar we ontkomen er niet aan als we zorg dichter op de juiste plek willen brengen.
 

Lees meer over zorg
Ontvang gratis Morgens Magazine

Ontvang gratis inspiratie, kennis en updates! Schrijf je in op onze nieuwsbrief & ontvang Morgens Magazine gratis in je mailbox.

Door op verzenden te klikken ga je akkoord met de Privacyverklaring van Morgens