Deze website maakt gebruik van cookies melding sluiten
Zorg

Sensire over de ouderenzorg van Morgen


“Wat digitalisering betreft vind ik ons onbewust onbekwaam en naïef onder een steen liggend”

Maarten van Rixtel (Sensire) over de ouderenzorg van Morgen

Hoe ziet de ouderenzorg er over vijf tot tien jaar uit? Wat zijn belangrijke uitdagingen en wat doet de ouderenzorg nu om toegevoegde waarde in de maatschappij te behouden? Morgens-consultants Frank van Berkel en Damien Folkerts spraken hierover met Maarten van Rixtel, bestuurder van zorgorganisatie Sensire.

Maarten van Rixtel bouwt als bestuurder aan een nieuw Sensire: een organisatie die wordt gekenmerkt door professionele autonomie en empowerment.

Hoe ziet de ouderenzorg er over 5 tot 10 jaar uit?

Burgers zelf verantwoordelijk

Vanuit patiëntperspectief zul je zien dat wij veel meer eigenaarschap gaan krijgen bij burgers. Ouderenzorg is in principe een eigen verantwoordelijkheid waar je je 30 jaar op kunt voorbereiden.

Dit geldt ook in financieel opzicht, waardoor de ouderenzorg een commerciëler karakter gaat krijgen waarbij zorg meer particulier gefinancierd zal zijn. Ik denk dat behandelingen en tijdelijke situaties verzekerd zullen blijven, terwijl langdurige zorg en ondersteuning een meer commercieel karakter zal krijgen. Gemeentes subsidiëren eventueel nog als mensen door het ijs dreigen te zakken.

Voor patiënten betekent dit dat zij al vroeg moeten gaan nadenken over hoe zij gezond oud willen worden. Hoe wil ik dan leven? Hoe blijf ik mobiel? Hoe blijf ik sociaal betrokken als mijn vrouw overlijdt? Dit zijn de vragen die mensen zich dienen te gaan stellen.

Focus op geluk en gezondheid

Vanuit het perspectief van de organisatie verwacht ik dat de zorg zich veel meer gaat focussen op geluk en gezondheid. Wij stellen dus niet meer de vraag: “Welke zorg heeft u nodig?”, maar “Hoe kunnen wij bijdragen zodat u gelukkig in het leven staat?”. Want iedereen wil toch gelukkig zijn? Behalve als de dokter in de buurt komt, dan gaan we het over zorg hebben. Ik denk dat gelukkige mensen minder zorg vragen.


"Ik heb nog nooit iemand horen zeggen: ‘Ik heb een mooi leven omdat ik zorg krijg’."

Digitalisering van de ouderenzorg

De grootste misvatting wat betreft digitalisering, is dat wij in de zorg denken dat wij de ontwikkeling van de digitalisering kunnen regisseren. ‘Wij doen nog helemaal niks, want ik heb er nu nog geen geld voor, dus ik doe het morgen wel’, dat is zo’n beetje de houding die we allemaal aannemen. Terwijl we in een wereld gaan leven waar de digitalisering ‘overwhelming’ is. Daar heb je geen regie op, it’s all over the place! Ik vind ons onbewust onbekwaam en naïef onder een steen liggend.

Wij moeten veel meer investeren in digitalisering. Ongeveer 45% van de ziekenhuiszorg zou prima thuis geleverd kunnen worden (Gupta rapport). Voor de ouderenzorg ligt dit percentage wat mij betreft nog hoger. Het verschil met ziekenhuizen is dat de ouderenzorg hele wijken te bedienen heeft, in plaats van een geconcentreerd systeem binnen vier muren. Om dit succesvol te doen, moeten wij maximaal investeren in digitalisering. Alleen dan kunnen we zorg op maat blijven leveren in de toekomst.

Maarten van Rixtel, bestuurder Sensire
Maarten van Rixtel, bestuurder van zorgorganisatie Sensire

Sensire heeft 25% van haar klanten digitaal gemaakt door iedereen een iPad in bruikleen te geven.

Zo hebben wij 30% van onze klanten een iPad gegeven om ze bezig en in beweging te houden. Het gebruik van de iPad is niet alleen voor zorg gerelateerd zaken. De iPad wordt het beste gebruikt als deze geïntegreerd is met het dagelijkse handelen van de klant. Daarmee voorkom je dat de iPad een symbool van ziek zijn wordt. De iPad wordt door ouderen bij Sensire voornamelijk gebruikt voor WordFeud en de Bingo.

Op een bepaalde manier los je hier eenzaamheid mee op. Onze klanten zijn super blij als zij om 4 uur een spelletje kunnen spelen. We hebben hierin nog een lange weg te gaan, aangezien de digitale dichtheid onder ouderen nog laag is. Echter, ik verwacht dat dit over 5 jaar echt heel anders zal zijn. Ik ben ervan overtuigd dat wij als organisatie ophouden te bestaan als wij niet toewerken naar zorg op maat door digitalisering.

Inzet van apps en games

We hebben tevens ingezet op de ontwikkeling van verschillende apps en games die gericht zijn op het ophalen van data en informatie op het gebied van geluk en gezondheid. Door deze data zijn we in de toekomst beter in staat om diensten te ontwikkelen die meer proactief zijn en die mensen ondersteunen in het leven dat ze graag zouden willen.

Daarnaast helpt het de verpleegkundigen om niet alleen in gesprek te gaan over zorg, maar juist ook over wat er nodig voor iemand om gelukkig te zijn. Een mooi voorbeeld van een dergelijke app is InterviewR. Deze maakt het mogelijk om kwalitatieve vragen via de iPad te stellen aan een klant en de klant geeft via de camera antwoord op de vragen. Mooi om te zien dat patiënten inmiddels 6 á 7 minuten per vraag gezellig zitten te kletsen tegen de computer. Zij krijgen een filmpje van dit gesprek terug en kunnen dit aan familie laten zien. Wij krijgen hierdoor een enorme hoeveelheid data die in ons zorgdossier terecht komt. Echt heel leuk!


"Ik ben ervan overtuigd dat wij als organisatie ophouden te bestaan als wij niet toewerken naar zorg op maat door digitalisering."

Wat wordt dan de positie van de ouderenzorg?

De ouderenzorg is als een van de weinige sectoren in staat om een gedifferentieerd netwerk in een regio aan te leggen. Wij komen bij veel mensen achter de voordeur en als we dat ook nog eens digitaal doen, dan kan de ouderzorg een regisseursrol van de digitalisering op zich nemen. In deze rol kunnen we een centrale positie innemen in het ontwikkelen van netwerken met huisartsen, specialisten en patiënten. De wijkverpleegkundige wordt door digitalisering één van de essentiële functies in de verbinding tussen klanten en specialist daar waar het gaat om kwetsbare dan wel chronisch zieke mensen

Bij patiënten die wij in monitoring hebben (500) worden de rollen van specialist, huisarts en verpleegkundige in onze ervaring anders ingevuld. Zo speelt in de directe contacten de huisarts een veel kleinere rol dan vandaag de dag.

Andere rol voor huisarts

De huisarts zal in de toekomst enerzijds acute zaken afhandelen en anderzijds fungeren als eerste triagist. Mijn standpunt is dat bij chroniciteit de huisarts een andere, minder directe rol, krijgt. In dat geval kan veel op afstand gemonitord worden en krijgen patiënten meer regie op hun eigen gezondheid. Daarmee kunnen patiënten beter bepalen wat zij nodig hebben. Als het dan escaleert heeft de patiënt eerder het ziekenhuis nodig dan de huisarts, is onze ervaring.

Data betekent geenszins dat de huisarts geen rol heeft. Maar wel een andere als vandaag. Hij wordt eerder de populatiemanager voor mensen met een chronische ziekte en zorgt er voor dat de samenhang van de verschillende ziekten van een patiënt goed in beeld blijft.

De ouderenzorg van Morgen 

Dit interview maakt deel uit van een serie gesprekken met bestuurders en andere gezichtsbepalende personen in de zorgsector over de ouderenzorg van Morgen. Hierbij kijken we zowel naar ontwikkelingen in de sector voor de komende vijf tot tien jaar als naar de situatie van vandaag, om vervolgens te bepalen wat er nodig is om van vandaag naar morgen te bewegen. 

Wat is er nodig om de ouderenzorg van morgen te worden?

Organiseren vanuit professionele autonomie

Om goed aan te sluiten bij de wensen van onze klanten, die meer regie gaan nemen, moeten wij heel specifiek zijn in onze positie en profilering. Onze klanten moeten precies weten wat zij wel en wat zij niet van ons mogen verwachten. Daarnaast denk ik dat je toe moet naar een organisatieprofiel waarbij je medewerkers krijgt die bij het verwachtingspatroon van de klanten horen. Het is de taak van de organisatie om medewerkers te helpen in de relatie met hun klant. De medewerker moet ervaren dat hij in deze relatie de eigenaar is die op basis van professionele normen deze relatie vorm geeft. Daarmee wordt professionele autonomie meer de maat waarop we de organisatie vorm gaan geven.

Dat betekent dat ik een franchiseachtige omgeving krijg, waarbinnen ik kleinschaligheid in de zorgverlening en redelijke grootschaligheid in investeringen en contractering kan bieden. Kleinschaligheid in de vorm van zorg in de wijk en dicht bij huis. Grootschaligheid heb ik nodig voor productontwikkeling en voor de beweging naar gezondheid en geluk, want die zal zich meer op het gebied van de particuliere financiering richten.


"We moeten niet denken dat we rijk genoeg zijn om de huidige zorgwereld in stand te houden."

Daarnaast kunnen we aan drie knoppen draaien. Ten eerste, is het besef nodig dat we niet in een tijdelijke situatie zitten, dit is een structurele verandering. We moeten niet denken dat we rijk genoeg zijn om de huidige zorgwereld in stand te houden. Er zijn nu al teveel bedden in de ziekenhuizen. Dan moeten we ook durven in te grijpen en alternatieven aan te bieden die eerder op de toekomst gericht zijn dan vasthouden aan het verleden. Het besef dat het niet meer zo kan, is denk ik fundamenteel.

Ten tweede: ICT is een toegevoegde waarde en geen kostenpost. Dus de controller bepaalt niet hoe de beweging naar digitalisering wordt vormgegeven, maar de klant en de verpleegkundige. We hebben hier wel een hele bewuste strategie nodig voor hoe we gegevens vanuit de beveiligde omgeving brengen naar een wereld van mobiliteit, met applicaties voor de professional.

Ten derde moeten processen worden gedefinieerd vanuit professionele normen en niet vanuit organisatienormen. De structuur van hiërarchie moet eruit, want de professionele norm moet gaan bepalen wat wel en niet waardevol is.

Wat zijn dan de grootste uitdagingen?

In Nederland is de wijkverpleegkundigen nog geen professie, omdat het niet wetenschappelijk is gefundeerd en daarmee bewezen richtlijnen en protocollen ontbreken. Dat is het grootste probleem in mijn visie. Ik werk nu met mensen die hun professie nog moeten ontwikkelen. Zij hebben ruimte en tijd nodig om de professionalisering vorm te geven.

De huidige situatie maakt dat ze constant van buitenaf worden gecontroleerd via doelmatigheidseisen en men vertrouwt er onvoldoende op dat ze hun werk goed doen. Wijkverpleegkundigen kunnen goed regie houden in de wijk en schakelen de huisarts of specialist in als dat nodig is. Ze hebben expertise op het snijvlak van Care en Cure en het is de uitdaging om dit onderdeel te maken van de professie en van de financiering.


“Respecteer de deskundigheid van wijkverpleegkundigen.”

Mijn advies aan de professional is dan ook: “Ga als de sodemieter met elkaar aan de slag om te komen tot een landelijke vereniging en een wetenschappelijk instituut”. Wij maken ons hier hard voor, bijvoorbeeld door oprichting Nederlands wijkverpleegkundig genootschap) want die professionalisering geeft vertrouwen, anders blijft ons werk te intuïtief. Daar wordt geen geld aan uitgegeven.

We moeten vooral niet denken dat we dit in drie jaar doen; we moeten hier nu mee bezig zijn. Het is nog niet te laat, maar als je nog 4 jaar onder die steen blijft, dan ben je te laat.

Wat betekent dit voor jou als bestuurder?

De rol van bestuurder in deze tijd vraagt om visie en leiderschap. Ontwikkelingen lijken zich wel uit te kristalliseren, maar de richting is nog weinig concreet. In een dergelijke fase dient de bestuurder medewerkers een gevoel van vertrouwen te geven dat ze de juiste dingen doen. Ook al zijn die dingen anders dan ze ooit gedaan hebben. Gelijktijdig moet de bestuurder een vorm van een “firewall” zijn om de medewerker te beschermen tegen acties uit de bureaucratische wereld van vandaag.

Meer over de ouderenzorg van Morgen
Ontvang gratis Morgens Magazine

Ontvang gratis inspiratie, kennis en updates! Schrijf je in op onze nieuwsbrief & ontvang Morgens Magazine gratis in je mailbox.

Door op verzenden te klikken ga je akkoord met de Privacyverklaring van Morgens