Deze website maakt gebruik van cookies melding sluiten
Onderwijs

Over 10 jaar bewandelt iedere student een persoonlijk leerpad

Morgens ging in gesprek met Radboud Dam, programmamanager Leven Lang Ontwikkelen bij de Hogeschool van Amsterdam. In dit interview uit een reeks interviews met onderwijsinstellingen en werkgevers, schetst Radboud Dam zijn visie op Leven Lang Ontwikkelen, welke successen er zijn behaald en welke uitdagingen er nog in het verschiet liggen.

Dit interview maakt deel uit van een serie gesprekken met onderwijsinstellingen en het werkveld over een Leven Lang Ontwikkelen. Hierbij kijken we zowel naar ontwikkelingen voor de komende vijf tot tien jaar als naar de successen en uitdagingen van vandaag.

Radboud Dam werkt elf jaar bij de Hogeschool van Amsterdam (HvA) en heeft jarenlange onderwijs ervaring. De laatste zeven jaar is hij zeer actief op het thema Leven Lang Ontwikkelen (LLO) in de rol van programmaleider. Ook op landelijk niveau is Radboud actief op het thema LLO: vanuit de Vereniging Hogescholen als voorzitter van het landelijke omscholingsplatform FastSwitch en als beleidsadviseur Flexibilisering bij het Ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschap (OCW). 

Leven Lang Ontwikkelen bij de Hogeschool van Amsterdam

Hoe pakt de HvA Leven Lang Ontwikkelen aan?

“Ons vertrekpunt was in eerste instantie het bestaande contractonderwijs. Dat was een succesvolle tak van sport geworden binnen de HvA en gezien door opleidingen als kans. Tegelijk speelt de HvA in op de landelijke beleidsontwikkelingen en waren de dalende studentenaantallen in regulier onderwijs een invloedrijke stimulans. Vier jaar geleden is een koers van verbreding ingezet waarbij de visie is uitgewerkt hoe LLO past binnen de publieke taak van de HvA en welk portfolio en welke doelgroepen daar bij passen.

De ondernemende en innovatieve stappen richting LLO zijn met durf door het College van Bestuur gezet: in eerste instantie was de impact op de organisatie nog ongewis. Sinds 2020 is er sprake van een strategische richting waarbij LLO meer integraal wordt aangevlogen: het realiseren van een persoonlijk leerpad waarbij flexibilisering binnen opleidingen op micro niveau (binnen een module), meso niveau (een modulaire structuur over opleidingen heen) en/of macro niveau (een opleiding is opgebouwd uit eenheden van leeruitkomsten) uitgewerkt kan worden. Daarnaast blijft de HvA volop insteken op contractonderwijs waarbij aanbod voor professionals passend is binnen de doorlopende leerpaden van de opleidingen of een vorm van doorwerking is van kennis uit ons praktijkgerichte onderzoek. Binnen de HvA is de afspraak dat elke opleiding de ruimte heeft om in een convenant met het CvB ambities en doelstellingen aan te geven inclusief tijdslijn voor deze ambities. Samen met faculteiten en opleidingen gaan wij de uitdaging aan om iedere LLO businesscase sluitend te maken."


Over 10 jaar bewandelt iedere student een persoonlijk leerpad.

Hoe hebben jullie de doelgroep gedefinieerd? 

“Het doelgroepgericht denken is binnen de HvA nog in ontwikkeling. Ons vertrekpunt is het centraal stellen wat de student meeneemt en gezamenlijk bepalen welk leerpad het meest passend is. Binnen de HvA is een strak onderscheid gemaakt tussen aan de ene kant de LLO doelgroep, gericht op professionals die deeltijd duaal en cursorisch contractonderwijs volgen en aan de andere kant de populatie die voltijd onderwijs volgt. De vraag in de toekomst zal zijn of het onderscheid nog relevant is gelet op het op handen zijnde wetsvoorstel gebaseerd op eenheden van leeruitkomsten. Om die reden denken we nu na over hoe scherp we onze propositie ook naar buiten toe moeten opdelen in loketten voor regulier onderwijs en LLO onderwijs voor professionals."

Samenwerking tussen onderwijs en de buitenwereld

Hoe geven jullie de samenwerking met de LLO partners vorm?

“Binnen de HvA werken we op opleidingsniveau met werkveldadviesraden, stagepartners en onderzoekspartners. Sinds een aantal jaar zijn daar de contractpartners bijgekomen, organisaties en koepels waarvoor we scholing op maat maken. Op instellingsniveau zijn de rond zes grootstedelijke thema’s georganiseerde Centres of Expertise bepalend: Urban Education, Urban Technology, Urban Vitality, Urban Governance and Social Innovation, Creative Innovation en Applied Artificial Intelligence. Deze grote publiek–private samenwerkingen bepalen mede het opleidingsportfolio en daaruit komt veel contractonderwijs voort.”

Radboud ziet het samenwerkingsplatform FastSwitch op landelijk niveau als een lichtend voorbeeld. Onder de vlag van FastSwitch werken zo’n twintig hogescholen samen via een digitale werkplaats aan gemeenschappelijke en flexibele omscholingsroutes voor kraptesectoren als zorg, onderwijs, techniek en IT. Het interessante aan FastSwitch is dat landelijk hogescholen hele opleidingen voor elkaar beschikbaar stellen om daarmee het aanbod in de eigen regio versneld te verbeteren. Dat drukt de publieke investeringen en zorgt voor een snelle time-to-market. Daarbij organiseren we als hogescholen de hele keten van selectie, matching, omscholing en begeleiding. De switcher en de werkgever zijn vanaf moment een partner in deze aanpak. Dat is echt vernieuwend en een mooi voorbeeld van hoe hogescholen LLO kunnen vormgeven.”

Radboud ziet een landelijke LLO cultuur als een voorwaarde voor een doorbraak in LLO. Hoe zorgen we dat LLO als een kans wordt gezien en niet als een bedreiging? Daarbij ziet hij dat vraag en aanbod niet goed op elkaar afgestemd zijn. In het mbo is de vraagzijde problematisch, veel praktisch geschoolden hebben slechte ervaringen met formeel onderwijs en leren voornamelijk informeel tijdens hun werkend leven. Hoe krijg je die groep aan het (formele) leren of hoe verzilver je het informele leren? Bij hoogopgeleiden is het precies andersom. Zij vinden het overwegend makkelijker om regie te nemen op hun ontwikkeling, maar zien dat het LLO aanbod achterblijft op hun behoeften en niet flexibel genoeg aansluit qua deelname- en aanbodcondities. Daar ligt een belangrijke taak voor ons in het hoger onderwijs. Radboud probeert zo bij te dragen aan een stelsel meer gericht op een leven lang ontwikkelen.


Een mix van landelijke en regionale samenwerkingsverbanden zoals FastSwitch zijn nodig voor een doorbraak in LLO.

Hoe zie je diplomagericht onderwijs zich in de toekomst verhouden tot verkorte onderwijsvormen?

“De focus op diplomagericht onderwijs is en blijft de wettelijke taak van publieke, bekostigde hogescholen. Maar zoals ook in de recente position paper van de Vereniging Hogescholen wordt gesteld kunnen de deelname- en aanbodcondities gaandeweg wel wijzigen voor de LLO-doelgroep om het aanbod beter en flexibeler te laten aansluiten bij de behoeften van werkenden. Kort gezegd, modulaire bekostiging kan daarvan een uitwerking zijn. Andere vormen zijn ook mogelijk natuurlijk, maar voorop staat dat we nu al een beweging zien naar kleinere eenheden die een zelfstandige erkenning hebben. Na de zomer start er vanuit de Versnellingsagenda bijvoorbeeld een pilot rondom microcredentials. Microcredentials zijn mini-kwalificaties die vaardigheden, kennis en/of ervaring in een bepaald vakgebied aantonen. In eerste instantie zullen deze microcredentials een plek gaan krijgen in het private domein, maar we zullen zien dat het steeds makkelijker wordt om onderdelen uit diploma onderwijs te ontsluiten voor doelgroepen in de private kolom. De vraag is dan ook waar over een aantal jaar de grens tussen publiek en privaat ligt, nu de publieke taak voor hogescholen steeds groter wordt rondom LLO.”

Hoe is LLO daarbij intern bij de HvA georganiseerd?

“Het governance model van de HvA is decentraal ingericht met een LLO-manager per faculteit die samen met opleidingen het contractportfolio ontwikkelt en nieuwe businesscases begeleidt. Daarnaast richt de LLO-tak binnen faculteiten zich op accountmanagement, de organisatie van contractonderwijs en de marketing en communicatie naar buiten. In feite is elke LLO-projectleider een intermediair tussen de vraag van buiten en het maatwerk aanbod vanbinnen. Hij brengt ze samen en zorgt voor een goede businesscase in lijn met Helderheid (OCW). Uitgangspunt van ons beleid daarbij is dat LLO-ambities moeten aansluiten bij doorlopende leerlijnen van een curriculum of moet aansluiten bij een van de zes Centers of Expertise en integraal kostendekkend zijn.

De centrale afdeling LLO/contract is sinds vorig jaar rechtstreeks gepositioneerd binnen de Bestuursstaf en adviseert onder het College van Bestuur (CvB) over LLO-besluiten en ondersteunt tegelijkertijd de processen binnen de faculteiten om deze processen actief te ondersteunen. Vanuit deze afdeling worden landelijke en regionale kansen vertaald naar concreet advies en acties naar zowel CvB als faculteiten. Inhoudelijk wordt per thema bekeken welke mankracht binnen de faculteiten verder nodig is om uitvoering van een business case verder in gang te zetten. Tenslotte is er recent veel geïnvesteerd in de administratieve organisatie en integraal beleid rondom juridische, financiële en strategische kaders. Een interne audit bracht een aantal prangende kwesties aan het licht rondom eenduidigheid in bedrijfsvoering, een uniforme kostprijsberekening en verantwoording over contractactiviteiten op verschillende niveaus in de instelling. Daar hebben we nu echt een slag geslagen."


De huidige bekostigingsstructuur van instellingen staat haaks op het LLO denken.

Uitdagingen bij het realiseren van LLO-onderwijs

Je noemde net al een aantal uitdagingen, wat zijn de grootste uitdagingen die jullie bij de HvA tegenkomen bij het realiseren van LLO-onderwijs?

“De huidige bekostigingsstructuur van instellingen staat haaks op het LLO-denken. In het huidige stelsel gaat de bekostiging nog uit van een student die nominaal binnen vier jaar afstudeert met een jaar uitloop, ook wel de diplomabonus genoemd. Dat uniforme beeld over wat nominaal is staat haaks op LLO en persoonlijke leerpaden. Daarnaast is de jaarlijkse lumpsum bekostiging onverbiddelijk, geld vloeit aan het einde van het kalenderjaar weer weg waardoor opleidingen geen reserves kunnen opbouwen. Instellingen kennen daardoor ook geen privaat vermogen om fluctuaties op te vangen en die beperking maakt grootschalig inspelen op LLO-aanbod lastig. In sommige gevallen is het wel geoorloofd om publieke middelen aan te wenden voor private investeringen, maar dan moet de meerwaarde voor de publieke taak wel geborgd zijn. Dit betekent voor hogescholen dat ze heel scherp moeten afwegen welk LLO-aanbod ze wel en niet ontwikkelen. Die voorzichtigheid sluit niet aan bij de wens van OCW, maar ook van SZW en EZK om juist meer te investeren in LLO. Om die reden zou de bekostiging, maar dus ook de lumpsum financiering en de beleidslijn rondom macrodoelmatigheid beter moeten aansluiten bij het LLO-beleid. Hogescholen moeten meer ruimte krijgen als we LLO echt beschouwen als onderdeel van de publieke taak.

Een andere oproep is om het makkelijker te maken om in goede samenwerking en onderlinge afstemming tussen hogescholen van elkaars portfolio gebruik te kunnen maken. Stel dat een hogeschool een Associate Degree (AD) opleiding wil starten die op een andere hbo reeds goed loopt, moet nu nog een heel tijdrovend en duur goedkeuringstraject worden doorlopen (de Toets Nieuwe Opleiding en de Macrodoelmatigheid) met ongewisse uitkomst. Het zou een grote winst betekenen in het stimuleren van LLO en het wendbaarder maken van hogescholen in de regio als daar snelheid en kostenreductie van publieke middelen kan worden gerealiseerd, bijvoorbeeld door het uitwisselen van Ad’s tussen hogescholen bij wederzijds goedvinden. We werken nu al veel landelijk samen (o.a. met Hogeschool van Arnhem en Nijmegen) en vertalen dat naar onze regionale focus. We kunnen nog beter voor het voetlicht brengen dat hogescholen antwoorden bieden op maatschappelijke uitdagingen. Door samen te werken wordt de kracht van het collectief zichtbaar. En kan een individuele hogeschool verder werken aan implementatie in de eigen regio."

De toekomst van een Leven Lang Ontwikkelen 

Hoe ziet Leven Lang Ontwikkelen er over tien jaar landelijk en bij de HvA uit?

“De afgelopen vijf jaar is door een flink aantal instellingen geëxperimenteerd met Leeruitkomsten en daar zijn grote slagen gemaakt in het vraagstuk hoe flexibel hoger onderwijs binnen deeltijd en duaal anders kan worden vormgegeven. Tien jaar is binnen het onderwijs een tijdspad om echt iets voor elkaar te boksen. Ik denk dat over tien jaar het werken met leeruitkomsten overal gemeengoed is geworden en dat er een grote rijkheid bestaat voor studenten om echt een persoonlijk leerpad uit te stippelen dat aansluit bij wat ze al kennen en kunnen en waar hun wensen liggen. Dit betekent niet dat iedere student buiten gebaande paden gaat, maar wel dat binnen een aantal kaders heel veel maatwerk en ook versnelling mogelijk is. Ook denk ik dat over tien jaar de interne organisatie helemaal op deze flexibiliteit gericht. Met een student-volgsysteem en learning management systeem dat echt de student centraal stelt en waar we alles omheen organiseren zoals een goed digitale catalogus, een flexibel rooster en andere mogelijkheden.”

Meer weten?

In deze interviewreeks gaan we in gesprek met het werkveld en onderwijsinstellingen over het thema Leven Lang Ontwikkelen. Je leest meer over een Leven Lang Ontwikkelen op onze themapagina. Wil je van gedachten wisselen over dit onderwerp of neem je graag deel aan deze interviewreeks, neem dan contact op met Koen JanmaatMarjet de Vries of Stef Smits, telefoon 071 - 3313 640.

Ontvang gratis Morgens Magazine

Ontvang gratis inspiratie, kennis en updates! Schrijf je in op onze nieuwsbrief & ontvang Morgens Magazine gratis in je mailbox.

Door op verzenden te klikken ga je akkoord met de Privacyverklaring van Morgens