Deze website maakt gebruik van cookies melding sluiten
Zorg

Renie Heerbaart (ZorgNetOost en RSO Nederland) over de RSO van Morgen

Hoe ziet de RSO er over vijf jaar uit? En wat moet er veranderen om daar te komen? Herbert Fetter en Laura Steenbrink spraken hierover met Renie Heerbaart, directeur van ZorgNetOost, de regionale samenwerkingsorganisatie (RSO) van de zorgorganisaties in Twente en omstreken, en voorzitter van RSO Nederland.

De RSO van Morgen

Dit interview maakt deel uit van een serie gesprekken met bestuurders in de zorgsector over de regionale samenwerkingsorganisatie (RSO) van Morgen. Hierbij kijken we zowel naar ontwikkelingen in de sector voor de komende vijf tot tien jaar als naar de situatie van vandaag, om vervolgens te bepalen wat er nodig is om van vandaag naar morgen te bewegen

 

Hoe ziet de RSO van morgen eruit?


“Hoe de RSO van morgen eruitziet, wordt bepaald door onze achterban, de zorgaanbieders in de regio. De vraagstukken die op hen afkomen, sturen waar wij heen gaan.”

Renie

Trends voorspellen 

“Ik denk dat we op het gebied van datagedreven zorg nog niet eens in de kinderschoenen staan”, vertelt Renie. “We hebben nog babyslofjes aan. Door het verzamelen van gegevens kunnen we heel veel trends voorspellen. Daarvoor zijn wel de gegevens van meerdere instellingen nodig. Dat is ook breder dan alleen het ziekenhuis. Het zou mooi zijn als iemand van 64 jaar bij de huisarts komt met benauwdheidsklachten, dat we dan kunnen voorspellen dat hij bijvoorbeeld over twee jaar bij een praktijkondersteuner COPD zit en over vier jaar bij de longarts. Dan kunnen we de zorg daar ook beter op inrichten. Ik denk dat je dat soort zaken veel beter met de beschikbare data kunt voorspellen dan dat we nu doen.” 

Beschikbaarheid van informatie

Een andere ontwikkeling die Renie ziet is dat er bij de jongere generatie een groter besef ontstaat over de beschikbaarheid van informatie. “Medische informatie die over jou gaat is van jou en moet eigenlijk altijd voor jou toegankelijk zijn. Jongeren accepteren het steeds minder wanneer uitslagen lang op zich laten wachten. Wij zullen als RSO steeds meer een rol spelen in de informatievoorziening richting de burgers.”

Financiering 

“Als RSO worden wij gefinancierd door onze achterban en ik vind het belangrijk dat dat overeind blijft. Op deze manier blijft de achterban betrokken bij alles wat we doen. Wanneer je uitsluitend gefinancierd wordt vanuit subsidie en dat op een moment op raakt, is het veel makkelijker om van tafel te lopen. Het is dan immers niet van jou.” 

Deze financiering kan anders zijn voor thema’s die landelijk nog verder ontwikkeld moeten worden. “Bij RSO Nederland zijn we soms met programma’s bezig waarvan de urgentie in de regio nog niet wordt gevoeld. Dat zijn programma’s waarvan ik denk dat we die als RSO Nederland moeten oppakken, zonder dat we kunnen verwachten dat de achterban die financiert. Subsidie zou daar wel het verschil kunnen maken."

Hoe ziet de RSO van vandaag eruit?

“De partijen die investeren in ZorgNetOost bepalen de grote lijnen waar wij ons mee bezig houden, maar dit gaat wel in samenspraak met alle zorginstellingen in de regio. Dit doen we door jaarlijkse inventarisatiesessies waarin we uitvragen wat er speelt en waar er behoefte naar is. Wij zijn allemaal van elkaar afhankelijk.” 

Portfoliomanagement 

“Als RSO hebben wij de verandering gemaakt van programmamanagement naar portfoliomanagement. Op deze manier krijgen wij een veel beter beeld van wat er echt speelt in de regio en welke behoeften er zijn. Zo kunnen we makkelijker initiatieven bundelen, zonder dat het heel ingewikkeld hoeft te worden. Wij geven een stukje regie uit handen, waardoor er meer autonomie bij de zorginstellingen blijft. Het hoeft niet allemaal op onze manier: de rol van de RSO is faciliterend en niet leidend.”

Door deze aanpak ervaart ZorgNetOost ook minder weerstand, aldus Renie. “Organisaties kunnen vrijblijvend aansluiten bij nieuwe initiatieven, zonder een verplichting. De organisaties kunnen daardoor veel beter zien of er iets gebeurt waar zij wat aan hebben. Ik denk dat dat echt een verandering is die ons als RSO een andere positie geeft in de regio. We zijn er nooit op uit geweest om alles over te nemen, maar op een of andere manier werd dat toch zo gevoeld.’’ 

Verbinding tussen landelijke ontwikkelingen en de regio

“Een aspect waar we bij ZorgNetOost heel veel tijd in steken is het vertalen van de landelijke ontwikkelingen naar de regio. Als er bijvoorbeeld een voor ons relevante kamerbrief van de Minister komt, dan vertalen wij deze naar wat dit voor de regio betekent. We maken een samenvatting en zorgen dat het voor de zorgaanbieders duidelijk is. Deze samenvattingen delen we ook met de collega’s van andere RSO’s. Het is zonde als iedereen hetzelfde doet; nu hoeven ze alleen de Twentse notities eruit te halen.”

Goed gebruik van infrastructuur

“We zijn bij ZorgNetOost ook innovatief op het gebied van infrastructuur. We hebben bijvoorbeeld een XDS-netwerk. Daarmee kunnen beide ziekenhuizen in de regio beelden en verslagen uitwisselen. Echter, als er bijvoorbeeld een patiënt is waarbij mogelijk sprake is van nierfalen, dan willen apothekers bij uitgifte van medicatie de nierfuncties van patiënten controleren. Bij ons kan de apotheker dan direct de labwaarden voor nierfalen inzien via het XDS-netwerk. Elders in het land moet de apotheker vaak naar de huisarts of het laboratorium bellen om de labwaarden op te vragen. Dat kost veel tijd en is ook nog eens foutgevoelig.”

Een ander voorbeeld van het goed gebruiken van de infrastructuur is de koppeling met het XDS-netwerk van Stichting GERRIT, vertelt Renie. “Wij zijn de eerste regio's in Nederland die interregionaal kunnen uitwisselen. Dat betekent dat als een patiënt van het ene ziekenhuis naar het andere wordt verwezen alle informatie via XDS kan worden bekeken. Hierdoor gaat er geen informatie verloren en hoeven er geen onnodige herhaalonderzoeken te worden gedaan.” 

RSO Nederland 

“Vier jaar geleden hebben we RSO Nederland opgericht met als doel om de RSO’s landelijk op de kaart te zetten. En dat is ons goed gelukt.”

De projecten van RSO Nederland zijn in te delen in drie categorieën. Als eerste de projecten waar alle leden achter staan. Hier moet iedereen zich ook vervolgens aan conformeren. Als tweede de coalitieprojecten. Dit zijn projecten waarbij een aantal RSO’s met een gedeelde vraag samen aan de slag gaan. Hierbij is het de intentie dat andere RSO’s de uitkomsten kunnen overnemen. En als derde de individuele projecten. Dit zijn projecten waarbij een RSO zelfstandig aan de slag gaat en de andere regio’s informeert over het project.

“Steeds vaker voeren we als RSO Nederland projecten uit van de eerste categorie,” vertelt Renie. “Het spannende van deze projecten is dat de RSO’s een stukje autonomie moeten opgeven. Eigenlijk hetzelfde zoals wij allemaal van onze zorgpartners in de regio vragen. Het is spannend of dit ons echt gaat lukken, wij zeggen natuurlijk niet voor niks: ‘het gebeurt in de regio’ en iedere regio is anders.”

Wat moet er (bij de RSO) veranderen om klaar te zijn voor morgen?

“Ik denk dat we de rol van de RSO in de regio meer moeten bestendigen en minder afhankelijk moeten zijn van welke bestuurders er zitten. Op het moment dat landelijk de rol van de RSO’s beter wordt erkend, dan wordt het in de regio ook makkelijker.”

Regionaal perspectief

“Ik zou het allerliefst veranderen dat er op landelijk niveau meer oog is voor de realiteit van de regio en de successen die al behaald zijn. In de praktijk zie ik gebeuren dat het werkveld zegt: ‘Het kan niet.’ Vervolgens zegt de leidinggevende: ‘Het kan niet, tenzij …’ Daarboven wordt vervolgens gezegd: ‘Het kan, mits …’ En aan de top wordt dan vervolgens gezegd: ‘Het kan dus.’ Dit kunnen we voorkomen door met de RSO’s te overleggen, die op alle niveaus actief zijn en weten wat er speelt. Als er goed naar de RSO’s geluisterd wordt kunnen er misverstanden voorkomen worden.”

Ervaringen van fouten delen 

“Ook op een andere manier kunnen we nog meer bijdragen aan het regionale perspectief op landelijk niveau. We maken nog een cruciale fout. Vaak delen we alleen de succesverhalen met landelijke partijen. Waarom delen we het niet een keer als iets niet goed is gegaan? Vaak leer je veel meer van fouten dan van succesverhalen. Binnen onze RSO, en binnen RSO Nederland is er veel vertrouwen in elkaar. Mensen weten elkaar goed te vinden. Dit zorgt ervoor dat het veilig is om te delen wat er fout gaat. We hopen deze vertrouwensband ook met de landelijke partijen op te bouwen.”

Landelijke dekking 

“Er wordt wel eens tegen ons gezegd: maar jullie zijn nog niet landelijk dekkend. Ik vind dat een onlogische benadering. Wanneer je kijkt naar een olievlek, kijk je ook niet naar de plek waar nog geen olie ligt. Die bekijk je vanuit de plek waar de olie ligt en je gaat vervolgens kijken hoe deze zich zal gaan verspreiden.”

Renie is ervan overtuigd dat er ooit een moment zal komen dat gegevensuitwisseling heel vanzelfsprekend is. “Dan hoef je niet meer voor alles afspraken te maken. Maar we zitten nu nog in een periode dat gegevensuitwisseling verder uitgewerkt moet worden en vaak afhangt van enkele personen binnen de zorginstelling. In de zorg zijn we nog lang niet zover dat we gegevensuitwisseling als techniek of handigheid kunnen zien. En zolang we dat niet hebben, heb je overleg met elkaar nodig en moet je elkaar vertrouwen. En dat kan volgens mij alleen maar als je dat in de regio organiseert."

Blijf op de hoogte van de RSO van Morgen

Dit is het vierde interview in een reeks over de regionale samenwerkingsorganisatie van Morgen. Wil je op de hoogte blijven? Meld je aan voor onze nieuwsbrief.

Ontvang gratis Morgens Magazine

Ontvang gratis inspiratie, kennis en updates! Schrijf je in op onze nieuwsbrief & ontvang Morgens Magazine gratis in je mailbox.

Door op verzenden te klikken ga je akkoord met de Privacyverklaring van Morgens