De vraag
Het samenwerkingsverband stond voor de uitdaging om landelijke afspraken uit het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord te vertalen naar een regionale aanpak. Daarbij kwamen verschillende opgaven samen: organisaties verbinden, gezamenlijke prioriteiten bepalen, eigenaarschap organiseren en concrete stappen zetten richting uitvoering.
De opdracht omvatte het ontwikkelen van een gezamenlijke koers, het inrichten van governance, prioriteren van de preventieaanpakken en het begeleiden van de inhoudelijke uitwerking.
Deze opdracht vroeg om meer dan programmamanagement alleen. Het vroeg om verbinden, structureren en het creëren van beweging tussen organisaties die elkaar nodig hebben om maatschappelijke opgaven aan te pakken.
De aanpak
Deze opdracht laat zien waar Morgens Conclusion voor staat: maatschappelijke opgaven aanpakken door mensen, organisaties en processen met elkaar te verbinden. Door strategie, governance en uitvoering in samenhang te ontwikkelen ontstond niet alleen een plan, maar ook het eigenaarschap en de beweging om het daadwerkelijk te realiseren.
Verbinden rondom een gezamenlijke ambitie
In een netwerk van ongeveer 25 organisaties is samenwerking niet vanzelfsprekend. Gemeenten, zorgorganisaties en welzijnspartijen werken vanuit verschillende verantwoordelijkheden en perspectieven, met ieder een eigen taal en cultuur. Daarom lag de focus in de beginfase op het creëren van een gedeeld beeld van de opgave en het verbinden van betrokken partijen.
Door gesprekken, werksessies en afstemming ontstond stap voor stap een gezamenlijk vertrekpunt voor verdere samenwerking. Daarbij werd nadrukkelijk gekeken naar de vraag waar partijen elkaar konden versterken en welke thema’s gezamenlijke aandacht vroegen.
Van gezamenlijke ambitie naar één koers
Vervolgens werd gewerkt aan een regionaal koersdocument. Daarbij werd nadrukkelijk niet gekeken naar het document als eindproduct, maar als middel om samenwerking te organiseren.
Het proces van ontwikkelen, bespreken, aanscherpen en vaststellen bleek minstens zo belangrijk als het uiteindelijke resultaat. Door betrokken partijen actief mee te laten denken over prioriteiten, uitgangspunten en ambities ontstond gedeeld eigenaarschap over de inhoud.
Het koersdocument bracht structuur aan in de regionale opgave en hielp om gezamenlijke prioriteiten vast te stellen. Daarnaast bood het een gemeenschappelijke taal waarmee organisaties elkaar beter konden vinden in de verdere uitwerking.
A3-sessies voor concrete uitwerking
Om de verschillende thema’s verder te concretiseren werden verschillende A3-sessies georganiseerd. Elke sessie bracht professionals uit het werkveld samen om kansen, knelpunten en vervolgstappen uit te werken.
De thema’s waren:
- Inloopvoorzieningen gemeenten
- Lokale teams
- Ketenaanpak overgewicht en obesitas kinderen
- Ketenaanpak overgewicht en obesitas volwassenen
- Kansrijke Start
- Laagdrempelige steunpunten EPA
- Sociaal Verwijzen
- Valpreventie
Per sessie namen ongeveer tien tot vijftien professionals deel. Door expertise vanuit verschillende organisaties te combineren ontstonden niet alleen betere inzichten, maar ook meer begrip voor elkaars perspectieven.
De A3-methodiek, een krachtige Lean-tool, hielp om van ambitie naar actie te bewegen. De sessies maakten zichtbaar wat er al aanwezig was, waar overlap zat en welke vervolgstappen nodig waren om verder te komen.
De A3-sessies leverden concrete bouwstenen op voor regionale werkagenda’s rond onder andere Kansrijke Start, Sociaal Verwijzen en de ketenaanpak Overgewicht en obesitas. Deze werkagenda’s vormen de basis voor de aanvraag van de lokale en regionale AZWA-middelen en de regionale uitvoering in de komende jaren.
Samen werken aan preventie: gemeenten, ziekenhuizen en welzijn
Naast de themasessies werd een gezamenlijke bijeenkomst georganiseerd waarin gemeenten, ziekenhuizen, zorg- en welzijnsorganisaties samenkwamen. Ongeveer dertig deelnemers namen deel aan deze bijeenkomst.
De sessie vormde een belangrijk schakelpunt tussen strategie en uitvoering. Deelnemers kregen inzicht in elkaars werkzaamheden, verkenden onderlinge afhankelijkheden en bespraken welke randvoorwaarden nodig zijn om de regionale ambities waar te maken. Bijvoorbeeld wat de rol is van ziekenhuizen ten aanzien van preventie en de betekenis hiervan voor de onderlinge samenwerking.
Hierdoor ontstond meer samenhang tussen de verschillende initiatieven en werd zichtbaar hoe afzonderlijke inspanningen kunnen bijdragen aan dezelfde maatschappelijke doelen. De bijeenkomst droeg bij aan nieuwe contacten en gaf een impuls aan de verdere samenwerking rond de regionale werkagenda’s.
Eigenaarschap en governance organiseren
Samenwerking wordt pas duurzaam wanneer duidelijk is wie waarvoor verantwoordelijk is. Daarom werd parallel aan de inhoudelijke ontwikkeling gewerkt aan governance en eigenaarschap van het nieuwe thema Dichtbij & Samen.
Rollen, verantwoordelijkheden en besluitvormingslijnen werden verduidelijkt. Daarnaast werd gekeken hoe de verschillende organisaties elkaar konden versterken en welke personen (tijdelijk) een trekkersrol konden vervullen binnen de verschillende thema’s. Dichtbij & Samen heeft voor de komende jaren een vaste programmamanager gekregen. Daarmee is eigenaarschap belegd en is continuïteit georganiseerd voor de volgende fase: het verder uitwerken en uitvoeren van de plannen.
Het resultaat
De belangrijkste opbrengst van dit traject is dat de regio nu beschikt over de bouwstenen om gezamenlijk uitvoering te geven aan de preventie-opgaven uit het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord.
Door gezamenlijk koers te bepalen, eigenaarschap te organiseren en inhoudelijke bouwstenen uit te werken, is een basis gecreëerd waarop de regio verder kan bouwen. De regionale werkagenda’s geven richting aan de uitvoering van de preventie-opgaven en vormen tegelijkertijd de basis voor de aanvraag van AZWA-middelen.
Daarnaast heeft het traject ervoor gezorgd dat organisaties elkaar beter weten te vinden. Gemeenten, zorgorganisaties, welzijnspartijen en andere betrokkenen hebben elkaar leren kennen rondom gedeelde maatschappelijke vraagstukken. Dat lijkt misschien een klein resultaat, maar juist bij complexe domeinoverstijgende opgaven is het een belangrijke voorwaarde voor verdere samenwerking.
De regio staat daarmee aan het begin van een nieuwe fase. Een fase waarin de ontwikkelde koers, het programma Dichtbij & Samen en de regionale werkagenda’s richting geven aan gezamenlijke uitvoering. Zo werd een landelijk akkoord vertaald naar regionale actie en ontstond de basis voor een beweging die de komende jaren verder vorm krijgt.