Cases / Overheid

Grip houden met data in een dynamische omgeving

17-09-2026 3 minuten

Hoe houd je grip op werk in een organisatie waar de vraag groeit, prioriteiten continu verschuiven en teams onder druk staan? Binnen Defensie is dit dagelijkse realiteit. Besluiten over inzet, prioriteiten en dienstverlening zijn vaak gebaseerd op ervaring en vakmanschap. Dat is waardevol. Maar wat gebeurt er als je dat kunt versterken met betrouwbare data?

In deze klantcase lees je hoe Dienstencentrum Organisatie & Formatie (DCO&F) de stap zette van dashboards naar datagedreven werken dat helpt bij sturen, prioriteren en samenwerken.

Binnen het DCO&F waren dashboards en KPI’s al beschikbaar. Toch bleek dat inzicht alleen niet voldoende is om daadwerkelijk te sturen. Data moet niet alleen kloppen, maar ook vertrouwd en gebruikt worden door de organisatie.

De echte uitdaging lag daarom niet in het beschikbaar maken van meer data, maar in het vergroten van de kwaliteit en het gebruik ervan. Door datakwaliteit, werkwijzen en gedrag in samenhang aan te pakken ontstond een stevige basis voor datagedreven werken.

Het resultaat: dashboards die daadwerkelijk gebruikt worden, gesprekken die draaien om prioriteiten en keuzes, en een organisatie die meer grip heeft op haar werk in een dynamische omgeving.

Over DCO&F binnen Defensie

Het DCO&F ondersteunt en adviseert bij complexe reorganisatie- en formatievraagstukken binnen Defensie. Als onderdeel van de Divisie Personeel & Organisatie Defensie (DPOD) levert het dienstencentrum een belangrijke bijdrage aan de personele gereedheid van de organisatie.

In een omgeving die continu verandert en groeit, speelt DCO&F een cruciale rol. Zij zorgen ervoor dat organisatie-inrichting en personele capaciteit aansluiten op de strategische doelen van Defensie. Dat vraagt om overzicht, inzicht en wendbaarheid, ondersteund door betrouwbare informatie als basis voor sturing.

De vraag

In een eerdere fase heeft DCO&F een belangrijke stap gezet richting datagedreven werken: er werd een KPI-huis ontwikkeld en dashboards boden inzicht in onder andere werkvoorraad, capaciteit, kwaliteit van dienstverlening en klanttevredenheid.

Hoewel hiermee een goede basis was gelegd, bleef de daadwerkelijke impact achter. De dashboards waren beschikbaar, maar werden niet overal actief gebruikt. Tegelijkertijd bleek de datakwaliteit wisselend, mede door verschillen in registratie tussen teams.

De kern van de uitdaging lag daarmee niet in het ontbreken van data, maar in het creëren van betrouwbare data én het daadwerkelijk benutten daarvan in het dagelijks werk.

Drie factoren speelden hierin een rol:

  • datakwaliteit was niet altijd consistent of eenduidig;
  • teams werkten op verschillende manieren, waardoor registratie verschilde;
  • het gebruik van data in de praktijk bleef achter.

Het gevolg was zichtbaar in de overleggen: gesprekken gingen vaker over de juistheid en definities van cijfers dan over wat er nodig was.

De aanpak

In dit traject hebben we gekozen voor een integrale benadering, waarin datagedreven werken wordt gezien als een samenspel van mens, proces en systeem.

De eerste stap was het begrijpen van de praktijk. Hoe wordt data vastgelegd? Hoe komt deze in dashboards terecht? En hoe worden deze dashboards daadwerkelijk gebruikt? We ontdekten dat verschillen in registratie tussen teams leidde tot grote variaties in datakwaliteit.

Vervolgens brachten we de onderliggende registratieprocessen per team in kaart. In gerichte werksessies maakten we de huidige werkwijze inzichtelijk en benoemden we de knelpunten. Daarbij werd duidelijk dat verschillen vaak voortkwamen uit lokale oplossingen voor vergelijkbare vraagstukken. Dit inzicht vormde de basis voor samenwerking en verandering.

Op basis hiervan is samen met een projectgroep met vertegenwoordigers uit alle teams gewerkt aan het uniformeren van de werkwijzen en registratieprocessen. Definities zijn aangescherpt en afspraken gemaakt over eenduidige registratie. Door dit in co-creatie te doen, ontstond niet alleen een betere werkwijze, maar ook draagvlak en eigenaarschap binnen de organisatie.

Een belangrijk kantelpunt in het traject was het besef dat het registratiesysteem een sleutelrol speelt in datakwaliteit. Door het systeem aan te passen op de nieuwe werkwijze, werd het eenvoudiger om correct en consistent te registreren. Het systeem ging daarmee de gewenste manier van werken ondersteunen.

Deze verbeteringen leidden tot consistente input van data en daarmee tot betere output: value in = value out. Met deze betrouwbare datasets konden de dashboards verder worden aangescherpt en beter worden afgestemd op de praktijk.

Het effect werd snel zichtbaar: dashboards werden niet alleen bekeken, maar actief gebruikt als basis voor overleg en besluitvorming, op meerdere niveaus binnen de organisatie.

Het resultaat

Samen met DCO&F realiseerden we duidelijke en merkbare verbeteringen in de manier waarop de organisatie werkt en stuurt.

We uniformeerden de registratieprocessen en pasten het registratiesysteem aan. Daardoor verbeterde de datakwaliteit aanzienlijk. Data is consistenter, beter herleidbaar en wordt breed vertrouwd binnen de organisatie. Zo ontstond één gedeeld beeld van het werk.

Ook brachten we meer eenduidigheid aan in de werkwijze van de teams. Dat zorgt voor meer voorspelbaarheid, maakt samenwerking eenvoudiger en biedt een stevigere basis voor overdracht en onboarding.

Met deze betrouwbare basis gebruikt DCO&F data nu actief in de praktijk. Teams zetten dashboards op meerdere niveaus in als uitgangspunt voor overleg en besluitvorming. Via onder andere appreciaties (beoordelingen van data en prestaties) voeren verschillende organisatielagen het gesprek over resultaten en verbeteringen.

Daardoor veranderde ook de inhoud van de gesprekken. Waar eerder de focus lag op cijfers en definities, gaat het nu over wat echt belangrijk is: prioriteiten, inzet van capaciteit en de acties die nodig zijn. Data ondersteunt het gesprek en maakt het mogelijk om gerichter en wendbaarder te sturen.

Tot slot groeide ook het draagvlak binnen de organisatie. We betrokken medewerkers actief bij de veranderingen, waardoor zij zich eigenaar voelen van hun proces en data. Daardoor leggen zij data niet alleen vast, maar gebruiken zij deze ook om keuzes te onderbouwen en het werk continu te verbeteren.

Impact: data als gezamenlijke taal voor betere sturing

De grootste impact van dit traject is dat datagedreven werken binnen DCO&F geen los project meer is, maar een vast onderdeel van de dagelijkse praktijk. Data vormt nu een gezamenlijke taal die teams, management en organisatielagen met elkaar verbindt. Daardoor kijken medewerkers vanuit dezelfde werkelijkheid naar het werk, kunnen zij beter prioriteren, keuzes onderbouwen en transparant samenwerken. Tegelijkertijd is het eigenaarschap zichtbaar gegroeid: medewerkers begrijpen het belang van goede registratie en gebruiken data actief om processen continu te verbeteren. Zo beschikt DCO&F over een duurzame basis om ook in een dynamische omgeving wendbaar, in control en toekomstbestendig te blijven.

Meer weten?

Heb je vragen naar aanleiding van deze klantcase? Neem dan contact op met Stijn Stevens.