Actueel / Zorg
Wat GGD 3.0 opleverde – en wat nu nodig is voor publieke gezondheid
Publieke gezondheid staat vol in de schijnwerpers als er een crisis is. Maar juist in de luwte, tussen uitbraken, maatschappelijke verschuivingen en politieke cycli, wordt bepaald of preventie en publieke gezondheid duurzaam sterker worden. Morgens consultants Bibianne Geerts en Onno Feith spraken met voormalig opdrachtgever Willemijn Lamoré en Ralda van den Berg – de Ruiter van GGD Rotterdam-Rijnmond over het implementatieprogramma GGD 3.0. Wat leverde het op? Waar staat de GGD nu? En wat is er nodig voor de toekomst?
Terugblik GGD 3.0: van koers naar concrete jaardoelen
Het implementatieprogramma GGD 3.0 begon met een heldere koers: een toekomstbestendige GGD die niet alleen kan reageren op crises, maar ook structureel kan bouwen aan publieke gezondheid. Willemijn schetst hoe de visie werd neergezet: “Die bestond uit drie pijlers. Dat was de versterking publieke gezondheid, gezonde leefomgeving en gezonde leefstijl en preventie.”
De volgende stap was cruciaal: implementatie. In plaats van blijven hangen in grote ambities, werden deze concreet doorvertaald naar uitvoerbare doelen, planning en eigenaarschap: “Bibianne heeft [als implementatiemanager] echt de implementatie van GGD 3.0 mét ons gemaakt. Jaardoelen, kwartaaldoelen en daarna terug naar: wat moet je volgende week doen of wat ga je morgen al doen?” geeft Willemijn terug.
Wat werkte in de aanpak?
Terugkijkend benoemt Willemijn de kern van wat de aanpak effectief maakte: opknippen, visualiseren en verbinden. “Bibianne heeft de visie in grote brokken opgedeeld. Het heeft overzicht gegeven en het is programmatisch inzichtelijk gemaakt. Ze doet ook heel veel visueel. Dat heeft super goed gewerkt. Bibianne kan ook heel goed verbinden. In alle werkgroepen, ook vanuit gemeentelijke en regionale blik en ondanks alle hectiek van corona is het toch gelukt.” Er zijn sindsdien heel wat mooie stappen gezet in de organisatie.
Integraler werken en professionalisering
In Rotterdam was preventie, data en onderzoek (deels) buiten de GGD georganiseerd. In de terugblik klinkt de wens van Willemijn om die samenhang weer op te bouwen en partners te betrekken: “Heel het preventie-deel zat niet meer bij de GGD, onderzoek was minimaal. Het was een beetje een uitgeklede GGD.” De implementatieperiode werd benut om capaciteit en kwaliteit toe te voegen: epidemiologen, datamedewerkers, beleidsmedewerkers en projectkracht. Dit is enorm versterkt ten opzichte van voor Covid-19.
Ook de bedrijfsvoering werd versterkt; zichtbaar in certificeringen en een volwassenere ondersteuning. “We zijn NEN gecertificeerd. We zijn ISO gecertificeerd. Dat hadden we 4 of 5 jaar geleden niet voor mogelijk gehouden.” zegt Willemijn.
Een ogenschijnlijk kleine, maar betekenisvolle stap was het terugbrengen van “GGD” als herkenbare entiteit in de gemeentelijke organisatie. Ralda deelt: “Binnen het organogram van Rotterdam bestond de GGD niet meer. We waren niet zichtbaar en nu zijn we weer zichtbaar gemaakt. Dat helpt om ons te kunnen profileren en positioneren.”
Naar buiten: preventie en voorlichting in de wijk
Een zichtbaar resultaat was de beweging naar buiten: preventie en voorlichting dichter bij inwoners, op plekken in de wijk. “Veel meer preventie en voorlichting in de wijken: naar de mensen die we niet bereikten via de gangbare communicatiekanalen. En dat team hopen we binnenkort te kunnen bestendigen.” vertelt Willemijn trots.
En de urgentie van preventie werd pijnlijk concreet bij een mazelenuitbraak onlangs. Willemijn: “Een arts Maatschappij & Gezondheid zei ‘Ik ga veel liever preventief te werk, in plaats van mensen alsnog vertellen dat ze zich beter kunnen vaccineren, zoals bij de mazelenuitbraak.’”
Financiële keuzes en slimmer werken
De versterking werd mede mogelijk door onderbouwde keuzes en scenario’s. Willemijn: “Het is gelukt om extra financiën te krijgen… bijna ongekend dat dat is gelukt.” Op basis van de uitwerkingen tijdens de implementatieperiode zijn er 3 scenario’s aangeboden en financieel doorgerekend. Tegelijkertijd werd in de organisatie gezocht naar slimme oplossingen voor schaarste, zoals functiedifferentiatie. Ralda: “Sommige taken kan je elders beleggen, waardoor artsen en verpleegkundigen meer tijd hebben voor medische werkzaamheden.”
Het heden: steviger gepositioneerd, maar onder druk
Waar de organisatie eerst vooral “uitvoerde”, klinkt nu het beeld van een GGD die steviger staat en proactiever richting geeft. Willemijn: “We zijn wel meer en meer een speler geworden, eigenlijk meer een partij.” Die positie wordt ondersteund door meer volwassen besluitvorming en voorbereiding. Ralda geeft aan: “Sturingsstructuur, besluitvorming vastleggen, goede formats, voorbereiding van het algemeen bestuur, het heeft allemaal geholpen om ons steviger te positioneren.”
Groei brengt uitdagingen in afstemming
Strategisch gaat samenwerking met gemeenten goed, maar in de uitvoering is het vaak zoeken naar de juiste “stoelen” en mandaten. Willemijn: “De belemmering zit er meer in: hoe vind je elkaar en proberen om meer vanuit een visie te gaan werken. Dat doen we nog niet voldoende.”
“Soms is het ook ‘wie is waar van’… terwijl wij zeggen: die taak hebben jullie bij ons belegd.” aldus Ralda.
Naarmate de GGD groeit (meer teams, programma’s en verbindingen), groeit ook de behoefte aan duidelijke governance. Door de groei merken Ralda en Willemijn governancevraagstukken op, onder andere door het gegeven dat GGD Rotterdam-Rijnmond onderdeel is van de gemeente Rotterdam: “Wat hoort nou bij de GGD? Wat hoort nou bij de gemeente Rotterdam?” en “Wie is opdrachtgever? Wie is opdrachtnemer?”
Tijdelijk geld blijft de schaduwzijde
Er is meer momentum voor preventie. Willemijn noemt het expliciet: “Je merkt wel dat de tijdgeest is veranderd.” En er is meer ruimte voor actieve lobby, met zichtbare opbrengsten. Ralda: “We hebben nu wel die ruimte om die lobby actief te voeren en zo is het gelukt om dat geld vrij te krijgen.” Maar de keerzijde blijft: veel financiering is tijdelijk, en dat maakt het behoud van talent en capaciteit lastig. Willemijn: “Er is nog zoveel tijdelijk geld. Je kunt maar maximaal 3 keer een contract verlengen en dan is het afscheid nemen of vast aannemen. Schipperen met het geld.” En dan nog de artsen Maatschappij & Gezondheid. Daar blijft de GGD kwetsbaar in omdat deze posities moeilijk in te vullen zijn en de artsen te binden.
Vooruitblik: Publieke gezondheid als structurele investering
Een opvallende uitkomst is dat het strategische kompas van GGD 3.0 nog steeds richting geeft. Willemijn: “Die visie GGD 3.0 gebruiken we nog steeds. We gaan steeds terug naar die basis.”
En tegelijkertijd is het al zo verankerd dat het niet meer als apart implementatieprogramma voelt. Ralda: “Het is gewoon onderdeel van de organisatie.” Hiermee is het een stuk minder kwetsbaar en niet meer afhankelijk van enkele personen. Het zit ingebed.
Kennis borgen: het collectief geheugen organiseren
In een omgeving waar mensen en thema’s blijven wisselen, is kennisbehoud een strategische opgave. Willemijn noemt een concreet voorbeeld over twee collega’s die een hele tijdlijn hebben gemaakt om het historisch besef te delen. Ze noemt het risico om toch heel vaak weer het wiel opnieuw uit te vinden.
Digitalisering en AI: kansen, mits het bijdraagt aan de visie
De basis voor datagedreven werken is gelegd, maar de volgende stap is samenhang en focus. Digitalisering en AI bieden kansen, mits ze bijdragen aan de strategische doelen en niet leiden tot extra versnippering. Willemijn: “We zoeken meer naar samenhang. Bij alles wat we doen vragen we ons af: draagt dat bij aan de visie?” AI wordt al praktisch ingezet, bijvoorbeeld in het vinden van subsidiemogelijkheden, maar met een volwassen afweging over kosten en impact.
Preventie als investering (met baten die ‘overal’ landen)
Misschien wel de meest fundamentele opgave voor de komende jaren: preventie vraagt investering, terwijl de baten breed vallen en moeilijk in één budgetlijn te vangen zijn. Ralda verwoordt dat scherp: “Je moet het zien als een investering. Het levert winst op aan de achterkant, maar op zoveel diverse terreinen. Je kan het niet op één hoop gooien. Je kunt het niet zomaar optellen.”
Tot slot
GGD 3.0 laat zien dat implementatie het verschil maakt: van visie naar ritme, van versnippering naar samenhang, van afhankelijkheid naar verankering. De volgende stap vraagt om structurele financiering, heldere governance en een organisatiegeheugen dat voorkomt dat we opnieuw beginnen. Juist nu de tijdgeest meer ruimte geeft aan preventie.
Meer weten?
Wil je verder praten naar aanleiding van dit interview? Neem dan contact op met ons.