Actueel / Zorg
Zo verbindt veiligheidsregio Utrecht gezondheid en crisisrespons
Wat speelt er op het snijvlak van veiligheid en gezondheid? In gesprek met Robert Jan Schouwerwou, Hoofd GHOR en Operationeel DPG bij de Veiligheidsregio Utrecht (VRU), onderzoeken we hoe deze twee domeinen elkaar kruisen, met weerbaarheid als actueel thema.
Dit interview maakt deel uit van de interviewreeks ‘De Publieke Gezondheidszorg van Morgen’, waarin we leiders in de publieke gezondheidszorg spreken over de ontwikkelingen en uitdagingen voor de komende jaren. Met deze interviews brengen we inzichten en inspiratie als voeding voor vooruitgangskracht in de publieke gezondheidszorg.
“Het gaat in de eerste plaats om kennen en gekend worden als mensen en organisaties, vervolgens om het herkennen en erkennen van elkaars belangen en pas dán het gesprek over hoe we verder gaan.”
Na een enthousiaste reactie van Robert Jan op het interview met Nicolette Rigter, stelden wij voor om samen in gesprek te gaan. We ontmoetten elkaar online, want een last-minute afspraak maakte een fysieke ontmoeting onmogelijk: typerend voor de drukbezette man die verantwoordelijk is voor de medische hulpverlening bij crises en rampen.
“Wij zijn dagelijks bezig met het verbeteren van de veiligheid en de gezondheid van de ruim 1,3 miljoen burgers in ons verzorgingsgebied”, vertelt hij. “Ik herkende de uitdagingen op organisatorisch gebied die Nicolette omschreef en daarover vertel ik graag meer!”
Verbinding tussen veiligheid en gezondheid: de DPG als spin-in-het-web
“Publieke gezondheid is onlosmakelijk verbonden met de GGD’en en kent vele raakvlakken. Zo ook met ons werk in de veiligheidsregio. Wij zijn verantwoordelijk voor de crisisbeheersingsorganisatie voor incidenten en crisis op alle niveaus. Ik ben als Hoofd GHOR verantwoordelijk voor de belangrijkste taken op het gebied van geneeskundige hulpverlening, waaronder risicobeheersing, opleiding training en oefening (OTO), planvorming en evaluatie, netwerkcoördinatie (samenwerking in de zorgkolom) en crisisbeheersing. Bij een opgeschaalde situatie coördineren we vanuit de GHOR de geneeskundige hulpverlening, waarbij de Directeur Publieke Gezondheid (DPG) ten tijde van het incident de aansturing verzorgt. Ook kijken wij of de partijen in voldoende mate zijn geprepareerd: of een zorginstelling óók tijdens een crisis de zorg kan blijven leveren in bijzondere omstandigheden.”
Robert Jan omschrijft dat de DPG een belangrijke dubbelrol heeft: “De DPG stuurt zowel de GGD als de GHOR in tijden van crises aan. Sommige mensen vinden deze dubbele lijn wat verwarrend, maar ik vind het vooral een verrijking. De DPG heeft kennis van de diverse beleidsterreinen waar de GGD voor verantwoordelijk is. Denk aan: infectieziektebestrijding, openbare geestelijke gezondheidszorg en medische milieukunde. Vanuit de rol bij de GGD voorziet de DPG ook de gemeenten van monitoring op gezondheid in brede zin. De DPG is de spin-in-het-web en coördineert tussen alle partners in de keten. De DPG is in staat om direct de juiste ketenpartners aan te haken en besluiten te nemen die ook effect hebben voorbij de acute crisissituatie.”
Van incident naar preventie
Robert Jan schetst een voorbeeld waarbij het preventiedenken ook bij incidenten terugkomt: “Ten tijde van de tramaanslag in Utrecht zijn we zo snel mogelijk samengekomen. Naast het onderzoeken en bezweren van de situatie, hebben we zeer snel psychosociale hulp ingeschakeld en heeft het Gemeentelijk Beleidsteam besloten om het RIVM te vragen of een gezondheidsonderzoek zinvol zou zijn, gelet op de gebeurtenissen van die dag. De GGDrU heeft dit onderzoek ook uitgevoerd. Ook bij incidenten op bijvoorbeeld scholen, kunnen we snel met de jeugdgezondheidzorg van de GGDrU schakelen. Zij weten precies hoe je het goede gesprek in die context op gang brengt; veel beter dan wijzelf. Samen weet je dan de juiste hulp aan te bieden, die niet alleen zorgt voor een goede afhandeling op de korte termijn, maar ook gezondheid op de lange termijn.”
Weerbaarheid centraal
Preventie gaat niet alleen over voorkomen, maar ook over voorbereiden: “Weerbaarheid is bij ons nu het belangrijkste thema. In spannende tijden, zowel sociaal als geopolitiek, is het van belang dat de samenleving weerbaar is. Het gaat hierbij vooral over de zelfredzaamheid van onze inwoners. Zijn zij in staat om zich een aantal dagen te redden als er iets gebeurt? Dat raakt ook de medische kant. Heeft iemand voldoende medicatie in huis? Weet hij of zij waar die te halen? Een praktisch voorbeeld: als iemand thuisbeademing nodig heeft en de stroom valt uit, ontstaat er een probleem. Maar wij hebben niet zomaar zicht op hoeveel mensen dit raakt, wat zij precies nodig hebben en welke afspraken zij eventueel hebben met hun behandelaars. En de devil is in the details: dit soort scenario’s moeten mensen – en wij – echt goed uitdenken. We richten ons niet alleen op het individuele niveau, maar vooral ook op (zorg)organisaties.”
Helpen om zélf in actie te komen
De Veilgheidsregio Utrecht adviseert, coördineert en ondersteunt samen met gemeenten met het programma Weerbaarheid vele (zorg)organisaties. “Een scenario als langdurige stroomuitval heeft landelijk veel effect op onze samenleving, en ook op de continuïteit van de zorg. Allerlei zaken vinden we nu vanzelfsprekend: een mobiele telefoon met internet, een werkende koelkast en waterkoker. Als deze vanzelfsprekendheden wegvallen, hoe kan je dit dan opvangen in je eigen omgeving of instelling? Denk aan een verpleeghuis: wat doe je op het moment dat de nutsvoorzieningen wegvallen? Heb je plannen en zijn mensen in staat om dan te doen wat nodig is? Juist onze innovatieve oplossingen in de zorg zijn nog kwetsbaar. Denk aan het monitoren van zwangeren, cardiologische patiënten en andere groepen. Als de internetverbindingen wegvallen, moet je hebben nagedacht over je fallback-opties.
De uitdaging is om (zorg)organisaties en burgers te activeren, zónder onrust te veroorzaken. Er zijn ook kwetsbare groepen in onze samenleving die meer moeite hebben om zelfredzaamheid vorm te geven. Zij voelen zich snel bedreigd of zijn niet (financieel) in staat om zich te prepareren. Weerbaarheid gaat óók over mentale gezondheid. Daarom ben ik het met Nicolette eens: je moet héél goed kijken naar de manier van communiceren en ondersteunen: taal luistert nauw. Vroeger deden we dat puur vanuit de inhoud. Nu hebben we veel meer aandacht voor de vorm en doelgroep. We willen mensen verleiden om hun weerbaarheid, hun gezondheid en (mentale) fitheid ter hand te nemen, want dit loont op alle vlakken! En er is urgentie, want deze weerbaarheid bouw je nú op, niet tijdens een crisis.”
Investeren in relaties
De vraagstukken zijn breed. Ze raken verschillende beleidsdomeinen en vele organisaties. Robert Jan investeert vooral op de menskant van samenwerking. Dat blijkt wanneer we hem vragen naar wat er nodig is om de verbinding tussen de acute en publieke gezondheidszorg te ontwikkelen. “Allereerst pleit ik ervoor dat betrokken partijen investeren in relaties. Dat klinkt misschien simpel, maar dat is het niet. Het vraagt dat je écht tijd en aandacht aan elkaar besteedt. Eén keer meerijden op de ambulance maakt nog niet dat je het vak begrijpt. Eén dag met een IZB-arts meelopen maakt niet dat je het complexe veld overziet. Maar áls je elkaar kent, goed naar elkaar luistert en zelf ook met de voeten in de klei hebt gestaan, weet je hoe jouw keuzes andere partnerorganisaties beïnvloeden. En wat de consequenties zijn van kwetsbaarheden in de keten. Het gaat in de eerste plaats om kennen en gekend worden als mensen en organisaties, vervolgens om het herkennen en erkennen van elkaars belangen en pas dán het gesprek over hoe we verder gaan.”
Met vertrouwen naar de toekomst: inzetten op innovatie én het goede behouden
Robert Jan ziet de toekomst hoopvol in, ondanks dat nog niet alles perfect geregeld is en er internationaal grote onrust heerst. “In de ideale wereld zouden zorgorganisaties wellicht een deel van de GHOR-taken gezamenlijk oppakken, met minder betrokkenheid van ons. Maar voorlopig denk ik dat we nog veel te doen hebben. En dat gaat ook gewoon goed: als ik terugdenk aan de COVID-tijd en de goede afstemming in het Regionaal Overleg (Niet) Acute Zorg. Ook moeten we in onze drang tot innoveren niet vergeten het goede te behouden. Ik verwacht veel van AI. Zo werken we met een andere regio aan het het automatiseren van advisering aan gemeenten bij evenementen, en dat is veelbelovend. Het maakt menskracht vrij die we elders hard nodig hebben. Tegelijkertijd is een zorgsysteem dat uitsluitend op AI leunt kwetsbaar. Als de stroom uitvalt, is de digitale dokter immers niet bereikbaar. Het vraagt daarom om een én-én-strategie. We moeten zuinig zijn op onze zorgvuldig opgebouwde gezondheidszorg, met huisartsen en verpleegkundigen aan de frontlinie. Ook in de samenleving zie je dat mensen elkaar helpen als het echt nodig is. Daarop mogen we vertrouwen en dat vermogen verder versterken. Oftewel: investeren in weerbaarheid.”
Meer weten?
Heb je vragen of wil je verder praten naar aanleiding van dit interview? Neem dan contact op met Onno Feith.
