Deze website maakt gebruik van cookies melding sluiten
Onderwijs

Het domino-effect van onderwijslogistiek

In de onderwijslogistieke keten moeten soms lastige keuzes gemaakt worden. Studeerbaarheid, doceerbaarheid en organiseerbaarheid staan vaak op gespannen voet met elkaar. Idealiter kom je ergens in het midden uit, maar dat lukt vrijwel nooit. Morgens-partner Koen Janmaat en ik spraken met Kristel Aalbers, docent Bouwkunde en mastercoördinator Urbanism aan de TU Delft, over de gevolgen van de beperkingen van een gebouw en het type onderwijs voor de docent.

Binnen Bouwkunde wordt ‘studio-onderwijs’ gegeven. Dit is een type onderwijs waarbij studenten in groepen van 15 personen leren ontwerpen. Het onderwijs vindt plaats in vlakke zalen waar meerdere groepen naast elkaar kunnen werken. Zo kunnen studenten elkaars ontwerpen zien en verschillende teken- en presentatietechnieken van elkaar leren. Kristel Aalbers licht toe dat deze vorm van onderwijs traditioneel gezien goed bij Bouwkunde onderwijs past. Het gebouw is hier dan ook op ingericht.

Focus op het één gaat ten koste van het ander

Het type onderwijs bij Bouwkunde vraagt dus om een specifieke gebouwinrichting. Daarmee is het gebouw vanuit onderwijslogistiek perspectief gezien een beperkende factor. Het is namelijk niet altijd eenvoudig om bijvoorbeeld een nieuwe onderwijsvorm te introduceren, omdat het gebouw daar niet op is ingericht. Ook de totale gebouwgrootte en het aantal studenten dat hierin moet werken zorgt voor beperkingen.

Kristel zegt hierover: “Als je al wilt veranderen, is één van de eerste vragen: ‘past het in het gebouw?’ Eerder dan: ‘past het in de agenda’s van de mensen?’ Er wordt veel flexibiliteit van de docent gevraagd. De flexibiliteit is niet voorzien in het gebouw, maar het is wel heel makkelijk om het bij de mensen terug te leggen. Ons afstuderen is bijvoorbeeld zo gestructureerd dat het in specifieke weken zit. In die weken kan er niets anders in het gebouw, want alle kleinere zalen zijn daarvoor nodig.”

Vanuit de studeerbaarheid ligt de focus bij Bouwkunde vervolgens op organiseerbaarheid. Of het onderwijs dan ook daadwerkelijk organiseerbaar is, is uiteraard een andere vraag. Dat dat in dit geval ten koste gaat van de docent, blijkt gedurende ons verdere gesprek.

figuur Onderwijslogistiek

Het domino-effect

Draaien aan één radertje heeft gevolgen voor andere radertjes in het systeem, vaak zelfs zonder dat de ene ketenpartner het van de ander doorheeft. Kristel illustreert: “Ik geef in de roosterwensen aan dat ik op maandagochtend een vlakke zaal wil met beamer. Deze is op maandagochtend niet beschikbaar, maar wel op maandagmiddag. De zaal voldoet aan de eisen, dus boekt de roosteraar de zaal. Maar als het vak niet op maandagochtend wordt gegeven, loopt de logica van ons curriculum in de soep en moeten we dat corrigeren.”

Dit domino-effect komt ook terug in de pieken in werklast bij docenten die Kristel benoemt. Op bepaalde momenten in het academisch jaar is een docent tegelijkertijd aan het afronden, een nieuw kwartaal aan het opstarten en gelijktijdig moeten binnen 10 werkdagen de beoordelingen verwerkt zijn. En sommige docenten werken maar 2 dagen in de week, dus dat past simpelweg niet.

Een op zichzelf staande aanpassing kan dus een heel goed idee lijken maar ingrijpende gevolgen hebben op een andere plek in de keten.

Conjunctuurbewegingen

Na afloop van het gesprek vraag ik me af: zijn ze bij Bouwkunde niet ook gewoon ingehaald door de tijdsgeest en hun succes? De opmerking van Kristel dat het al jaren zo gaat, zelfs nog toen zij studeerde, blijft me bij. De tijd haalt je vaak niet in één dag in, dat gaat geleidelijk. Zo wordt het ook geleidelijk opgevangen en zijn er veel bevlogen mensen die dit willen opvangen.

Maar er komt een punt waarbij de rek eruit is. Kunnen we niet beter geleidelijk met de tijd meegaan in plaats van dat punt af te wachten en op te vangen?  De conjunctuurbeweging van centralisatie naar decentralisatie in het hoger onderwijs is mij al eerder opgevallen. Is het zo dat het hele systeem niet werkt? Moeten we rigoureus veranderen of is veranderen met kleinere stapjes ook toereikend?

Tips voor wendbare onderwijslogistiek

Zoals we in een eerdere blog al beschreven, bestaat er in de onderwijslogistiek geen ‘one size fits all’. Met welke bouwstenen kun je je onderwijslogistieke keten dan verbeteren?

1.Onderwijslogistiek is mensenwerk
Als je niet bekend bent met de term onderwijslogistiek kan het heel procesmatig klinken. We zijn dan ook vaak geneigd om ons vooral op het proces te focussen. Onderwijslogistiek is en blijft mensenwerk. Hoewel procesverbeteringen uiteraard erg belangrijk zijn, is dit maar een deel van de oplossing. Ander gedrag is de sleutel tot succes. Zorg er dus voor dat je in je verbeteraanpak veel aandacht hebt voor het gezamenlijk verkennen van probleem en oplossing.

2. Als je wijzigingen wil, doe dit dan mét je ketenpartners
Aangezien er veel verschillende, vaak botsende belangen zijn in de onderwijslogistieke keten, is het van groot belang om de ketenpartners zoveel mogelijk bij elkaar te brengen. Betrek roostercoördinatoren bijvoorbeeld bij de curriculumontwikkeling, zodat zij de implicaties van een onderwijsconcept op planning en roostering inzichtelijk kunnen maken.

3. Richt samen met je ketenpartners kort cyclische feedback in
Traditioneel gezien wordt het onderwijs jaarlijks herzien en werken de verschillende ketenpartners veel in silo’s. Richt een korte feedbackcyclus in met je ketenpartners, waarmee je gedurende het jaar al kunt bijsturen en van elkaar kunt leren.

Meer over onderwijslogistiek
Ontvang gratis Morgens Magazine

Ontvang gratis inspiratie, kennis en updates! Schrijf je in op onze nieuwsbrief & ontvang Morgens Magazine gratis in je mailbox.

Door op verzenden te klikken ga je akkoord met de Privacyverklaring van Morgens